De belangrijkste leden van het olikartel OPEC+ hebben zondag opnieuw besloten hun gezamenlijke olieproductiequota te verhogen voor de maand juli. De verhoging bedraagt 188.000 vaten per dag en wordt gedragen door zeven landen, met Saudi-Arabië en Rusland als voortrekkers. Dit maakten de landen bekend na afloop van een videoconferentie.
De maatregel wordt door analisten en marktvolgers vooral als symbolisch beschouwd. De reden daarvoor is opvallend: een blokkade van de exportroutes vanuit de Perzische Golf zorgt er momenteel voor dat de meeste betrokken landen de verhoogde quota in de praktijk helemaal niet kunnen benutten. De extra productiecapaciteit kan daardoor vooralsnog niet worden omgezet in daadwerkelijke leveringen op de wereldmarkt.
De beslissing past in een bredere strategie van OPEC+ om stapsgewijs de productie te hervatten die enkele jaren geleden werd teruggeschroefd. Hoewel het proces op dit moment dus grotendeels op papier bestaat, willen de lidstaten hiermee het signaal afgeven dat zij koers houden richting normalisering van hun productieniveaus.
De situatie in de Perzische Golf blijft voorlopig de grootste belemmering voor een daadwerkelijke toename van het olieaanbod vanuit de regio. Zolang de exportblokkade van kracht is, zal de aangekondigde verhoging weinig merkbaar effect hebben op de mondiale olievoorraden of prijzen.
Marktexperts volgen de ontwikkelingen nauwlettend, met name omdat de combinatie van beperkte exportmogelijkheden en toenemende productiequota een onzekere situatie creëert voor de energiemarkt. De olieprijs reageerde gematigd op het nieuws, mede omdat beleggers de symbolische aard van de verhoging al hadden ingeprijsd.





