De Verenigde Staten zullen aanzienlijke importtarieven opleggen aan goederen afkomstig van een groot aantal landen. De tarieven variëren van 10% tot 12,5%, en de maatregel betreft 60 landen die samen ongeveer 99% van de Amerikaanse import vertegenwoordigen. Deze actie is onderbouwd door de bewering dat deze landen niet voldoende handelen tegen goederen die met behulp van gedwongen arbeid zijn geproduceerd.
De maatregel volgt op een periode waarin de VS al tijdelijke tarieven hief, maar nu worden deze vervangen door meer permanente tarieven. Deze nieuwe tarieven komen in werking op hetzelfde moment dat de tijdelijke tarieven van 10% aflopen. De beslissing is genomen na een uitspraak van het Hooggerecht waarin eerdere, grotere tarieven die door president Trump werden opgelegd, als ongrondwettelijk waren beschouwd.
De nieuwe tarieven worden onder meer toegepast op landen waar de VS bezwaar hebben tegen de manier waarop ze omgaan met kwesties rondom gedwongen arbeid. De maatregel is bedoeld om Amerikaanse bedrijven te helpen en tegelijkertijd internationale normen voor eerlijke handel te bevorderen. Een belangrijke stap in dit proces is een onderzoek naar 16 landen die samen 70% van de Amerikaanse import vertegenwoordigen, met het oog op mogelijke overproductie en de daarmee gepaard gaande impact op de Amerikaanse markt.


