J.R.R. Tolkien en C.S. Lewis waren goede vrienden en maakten deel uit van dezelfde literaire kring aan de Universiteit van Oxford, bekend als de Inklings. Toch had Tolkien een uitgesproken negatieve mening over het bekendste werk van zijn vriend: De Kronieken van Narnia. Sterker nog, hij vond het ronduit verschrikkelijk.
Volgens de biografie ‘C.S. Lewis: A Biography’ liet Tolkien zich ontvallen dat het werk van Lewis hem werkelijk niet aanstond. Hij stoorde zich in het bijzonder aan de manier waarop Lewis allerlei mythologische figuren en verhalen door elkaar haalde. Nimfen, faunen, centauren, christelijke symboliek én de Kerstman — dat alles door elkaar in één verhaal was voor Tolkien een gruwel.
Alan Jacobs, hoogleraar literatuur aan Wheaton College, legde Tolkiens bezwaren in 2005 helder uit in een interview met NPR, kort nadat de eerste Narnia-verfilming in de bioscoop verscheen. Volgens Jacobs was Tolkien er heilig van overtuigd dat een fantasiewereld intern consistent en samenhangend moest zijn. Verschillende mythologieën mochten elkaar niet overlappen of doorkruisen. Het idee dat Lewis zomaar elementen uit uiteenlopende tradities bij elkaar gooide, maakte Tolkien naar eigen zeggen razend.
Tolkien was in dat opzicht een uitgesproken purist. Dat gold overigens niet alleen voor het werk van anderen. Hij stelde ook aan zijn eigen schrijven bijzonder hoge eisen. Tijdens zijn leven publiceerde hij slechts ‘De Hobbit’ en ‘In de Ban van de Ring’. Veel van zijn andere werken, zoals ‘The Silmarillion’ en ‘Unfinished Tales’, werden pas na zijn dood door zijn zoon Christopher samengesteld en uitgegeven. Dat was geen eenvoudige taak, want van veel verhalen bestonden meerdere versies, en Christopher moest telkens verantwoorden welke versie hij had gekozen voor publicatie.
Opvallend genoeg is het juist C.S. Lewis geweest die Tolkien zou hebben aangemoedigd zijn Midden-aarde-verhalen te publiceren. Lewis was een groot bewonderaar van Tolkiens werk en speelde een belangrijke rol in het overtuigen van zijn vriend om zijn schrijfsels met de wereld te delen. De ironie is dus groot: de man wiens werk Tolkien zo afkeurde, was mede verantwoordelijk voor het feit dat Tolkiens eigen meesterwerken überhaupt het daglicht zagen.
Tolkien was ook kritisch over vroege verfilmingen van zijn eigen werk. Zo liet hij zich in de jaren vijftig weinig vleiend uit over een vroege adaptatie van ‘In de Ban van de Ring’. Zijn hoge standaarden golden dus breed — voor hemzelf, voor zijn vrienden en voor iedereen die zich aan fantasy waagde.
De Kronieken van Narnia zijn inmiddels uitgegroeid tot wereldberoemde klassieken, en er wordt momenteel gewerkt aan nieuwe verfilmingen. Regisseur Greta Gerwig heeft aangegeven de verantwoordelijkheid voor het project enorm te voelen. Of Tolkien, mocht hij nog leven, daar anders over zou denken, valt te betwijfelen.











