Ondanks voortdurende vijandelijkheden zijn vertegenwoordigers van Israël en Libanon opnieuw aan de onderhandelingstafel geschoven in Washington. De ambassadeurs van beide landen kwamen bijeen voor een vierde gespreksronde op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De bijeenkomst was gepland voor twee dagen en vond plaats op initiatief van de Verenigde Staten. Het is opmerkelijk dat de twee landen geen officiële diplomatieke betrekkingen met elkaar onderhouden.
De Amerikaanse president Donald Trump liet weten dat hij van beide partijen toezeggingen heeft ontvangen om de spanningen te verminderen. Toch staat de situatie op de grond in schril contrast met die diplomatieke signalen. Kort voor de gesprekken voerde Israël op 2 juni droneaanvallen uit op Zuid-Libanon, waarbij acht mensen om het leven kwamen. Onder de slachtoffers bevonden zich twee kinderen en hun vader. Tegelijkertijd bleef de door Iran gesteunde beweging Hezbollah drones inzetten tegen Israëlische troepen in het gebied.
De hervatting van de gesprekken laat zien dat beide partijen, ondanks de geweldsuitbarstingen, bereid zijn te blijven praten over een mogelijke de-escalatie. De rol van de Verenigde Staten als bemiddelaar blijft daarin cruciaal, nu Washington probeert beide kanten aan tafel te houden en verdere escalatie te voorkomen.





