Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden heeft in hoger beroep geoordeeld dat twee Oostenrijkse rechterlijke uitspraken tegen de online casino-exploitant Raging Rhino NV vatbaar zijn voor erkenning en tenuitvoerlegging op Curaçao.
Volgens NoticiaCla ligt aan de zaak een geschil ten grondslag tussen een Oostenrijkse speler en het betrokken bedrijf, dat een online casinoplatform exploiteert. Een rechter in Wenen had eerder geoordeeld dat de tussen partijen gesloten speelovereenkomsten nietig waren, omdat de onderneming niet over de vereiste wettelijke vergunning beschikte. Op grond daarvan werd de exploitant veroordeeld tot terugbetaling van meer dan 25.000 euro aan de speler.
Uit het bericht blijkt dat Raging Rhino NV zich heeft verzet tegen de erkenning van deze vonnissen in Curaçao. De onderneming voerde aan dat tenuitvoerlegging in strijd zou zijn met de openbare orde van Curaçao. Het Hof verwierp dit verweer. Volgens NoticiaCla verduidelijkte het Hof dat bij de beoordeling van een verzoek tot erkenning uitsluitend wordt getoetst of het buitenlandse vonnis in overeenstemming is met de fundamentele rechtsbeginselen, en niet of de inhoudelijke beslissing van de buitenlandse rechter juist was.
Het Hof bevestigde tevens de eerdere veroordeling in de proceskosten, waarmee de weg is vrijgemaakt voor volledige tenuitvoerlegging van de Oostenrijkse vonnissen op Curaçao, aldus het bericht.
Betrokkene was niet bereikbaar voor commentaar.
De uitspraak is van bredere betekenis voor de regulering van online kansspelen in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Zij illustreert dat buitenlandse rechterlijke beslissingen over vergunningsvereisten voor online gokplatforms onder omstandigheden ook binnen de rechtsorde van de eilanden effect kunnen sorteren, ongeacht de vraag of de inhoud van die beslissingen door de lokale rechter wordt gedeeld.





