Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft een uitspraak gedaan die de regels rond campagnefinanciering ingrijpend verandert. Het hof schafte dinsdag een meer dan vijftig jaar oude federale wet af die beperkingen oplegde aan gezamenlijke uitgaven van politieke partijen en hun kandidaten. Critici waarschuwen dat deze beslissing de deur openzet voor corruptie en de macht van rijke donateurs en lobbygroepen verder vergroot.
Het ging om de zaak tussen de Federale Kiescommissie (FEC) en het Nationaal Republikeins Senaatscomité (NRSC). Met een meerderheid van zes tegen drie stemmen besliste het hof in het voordeel van de Republikeinse partijorganisatie. De zes conservatieve rechters steunden de uitspraak, terwijl de drie progressieve rechters tegenstemden.
Het hof oordeelde dat het beperken van politieke uitgaven neerkomt op het inperken van de vrijheid van meningsuiting, wat in strijd is met het Eerste Amendement van de Amerikaanse grondwet.
Tot nu toe golden er duidelijke grenzen aan hoeveel geld politieke partijen mochten uitgeven in samenwerking met hun kandidaten. De gedachte daarachter was dat zulke gecoördineerde uitgaven feitelijk neerkomen op directe bijdragen aan een campagne. De FEC verdedigde deze limieten als een noodzakelijk middel om te voorkomen dat vermogende donateurs via partijcomités onbeperkt geld naar kandidaten kunnen sluizen.
Een belangrijk onderscheid in het Amerikaanse campagnefinancieringsstelsel is dat zogeheten super PACs — onafhankelijke politieke comités — wél onbeperkt geld mogen uitgeven, maar dit niet mogen afstemmen met de campagne van een kandidaat. Politieke partijen mochten dat wel coördineren, maar waren daardoor juist gebonden aan uitgavenlimieten. Die beperking is nu dus weggevallen.
Zowel Republikeinen als Democraten en politieke analisten zijn het erover eens dat de uitspraak vooral de Republikeinse Partij ten goede zal komen. De zaak werd namelijk aangespannen door comités die twee Republikeinse kandidaten vertegenwoordigden.
Tegenstanders van de uitspraak vrezen dat politiek voortaan nog meer gedomineerd zal worden door grote geldschieters en georganiseerde belangengroepen. Zij stellen dat de beslissing de invloed van gewone burgers op het democratische proces verder uitholt en de weg vrijmaakt voor een systeem waarin financiële macht steeds bepalender wordt voor politieke uitkomsten.
Voorstanders daarentegen zien de uitspraak als een overwinning voor de vrijheid van meningsuiting en stellen dat politieke partijen het recht hebben om hun kandidaten zo effectief mogelijk te ondersteunen zonder kunstmatige financiële beperkingen.






