Alfonso Cuarón is een van de drie Mexicaanse filmmakers die samen bekendstaan als de ‘Three Amigos’. Samen met Alejandro González Iñárritu en Guillermo del Toro brak hij begin jaren 2000 internationaal door, hoewel alle drie al in de jaren negentig actief waren. Het trio heeft gezamenlijk maar liefst 107 Oscar-nominaties op zijn naam staan.
Voor een breed publiek werd Cuarón pas echt bekend toen hij in 2004 ‘Harry Potter and the Prisoner of Azkaban’ regisseerde, het derde deel in de populaire reeks. Zijn versie onderscheidde zich van de eerdere films door een ruwere, modderiger sfeer en leerlingen in alledaagse kleding, in plaats van de gepolijste, universitaire uitstraling van de voorgangers. Veel fans beschouwen zijn film als het beste deel uit de serie.
Maar wie goed oplette, had Cuarón al een decennium eerder op het netvlies. In 1995 maakte hij zijn Hollywood-debuut met ‘A Little Princess’, een ingetogen en ontroerende kinderfilm gebaseerd op de roman uit 1905 van Frances Hodgson Burnett. De film was pas zijn tweede speelfilm en leverde hem desondanks twee Oscar-nominaties op.
Het verhaal draait om Sara Crewe, een jong meisje gespeeld door Liesel Matthews. Sara wordt grootgebracht door haar alleenstaande vader Richard, een Britse officier gelegerd in India in 1914. Hij voedt haar op met sprookjes en verhalen, en moedigt haar verbeelding voortdurend aan. Wanneer hij wordt opgeroepen om te vechten in de Eerste Wereldoorlog, heeft hij geen andere keuze dan Sara onder te brengen in een deftige kostschool in New York.
Die school staat onder leiding van de strenge maar complexe directrice mevrouw Minchin, overtuigend gespeeld door Eleanor Bron. Zij heeft weinig geduld voor vrolijkheid en spelletjes, en botst regelmatig met de levendige en populaire Sara. De film verkondigt openlijk en zonder schaamte zijn centrale boodschap: alle meisjes zijn prinsessen, ongeacht hun afkomst of omstandigheden.
Dit thema vormt een opvallend contrast met Cuaróns eerste film, ‘Sólo Con tu Pareja’ uit 1991, een indringende drama over liefde in de tijd van aids. Waar die film rauw en seksueel geladen was, kiest hij in ‘A Little Princess’ voor zachtheid, magie en veerkracht.
De film werd bij zijn release in 1995 door critici goed ontvangen, maar trok bij het grote publiek nauwelijks aandacht. Toch geldt hij voor kenners als een van de mooiste en meest onderschatte kinderfilms uit dat decennium. De combinatie van visuele rijkdom, sterke vertelling en emotionele diepgang maakt duidelijk dat Cuarón zelfs in zijn vroegste Hollywood-werk al een uitzonderlijk filmmaker was.
Wie de filmografie van de latere Oscar-winnaar wil ontdekken, doet er goed aan bij ‘A Little Princess’ te beginnen. Het is een kleine, bijna vergeten parel die meer dan dertig jaar later nog steeds ontroert.






