In de meeste landen worden konijnen beschouwd als schattige, onschuldige huisdieren. In Australië is dat een heel ander verhaal. Daar vormen ze al anderhalve eeuw lang een ernstige bedreiging voor zowel de natuur als de landbouw.
Het probleem begon in het midden van de negentiende eeuw, toen Britse kolonisten konijnen meenamen naar het continent. Het doel was simpel: ze wilden de dieren gebruiken voor de jacht, een populair tijdverdrijf uit hun thuisland. Wat ze echter niet voorzagen, was dat Australië geen natuurlijke vijanden kende die de konijnenpopulatie in toom konden houden. Zonder roofdieren die hen bejaagden, konden de dieren zich vrijwel ongehinderd voortplanten.
Het gevolg liet niet lang op zich wachten. Binnen enkele tientallen jaren verspreidden de konijnen zich in razend tempo over het hele continent. De populatie groeide uit tot ongekende proporties en het land had al snel te maken met een van de grootste biologische invasies uit de geschiedenis.
Ondanks grootschalige pogingen om de dierenpopulatie terug te dringen, zijn er tot op de dag van vandaag nog honderden miljoenen konijnen actief in Australië. De schade die ze aanrichten is enorm. Ze vreten gewassen kaal, beschadigen de bodem door hun graafactiviteiten en concurreren met inheemse diersoorten om voedsel en leefruimte. Hierdoor staan verschillende Australische planten- en diersoorten onder zware druk.
Voor boeren is de situatie al decennialang een nachtmerrie. De dieren vernietigen oogsten en tasten weilanden aan, wat leidt tot aanzienlijke financiële verliezen. Ondanks hekken, vergif en andere bestrijdingsmethoden blijkt het vrijwel onmogelijk om de konijnenpopulatie structureel te verminderen.
Australië heeft in het verleden ook biologische bestrijdingsmiddelen ingezet, zoals het myxomatosevirus in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Dit zorgde aanvankelijk voor een drastische daling van de populatie, maar de konijnen ontwikkelden na verloop van tijd resistentie tegen het virus. Een soortgelijk verhaal speelde zich af met het calicivirus, dat in de jaren negentig werd geïntroduceerd.
De konijnenplaag in Australië geldt wereldwijd als een schoolvoorbeeld van de gevaren van het introduceren van uitheemse diersoorten in een nieuw ecosysteem. Wanneer een soort terechtkomt in een omgeving zonder natuurlijke vijanden, kan de balans van het hele ecosysteem ernstig worden verstoord.
Tot op heden zoeken wetenschappers en beleidsmakers naar duurzame oplossingen voor dit hardnekkige probleem. De strijd tegen de konijnen is in Australië dan ook nog lang niet gestreden.





