ORANJESTAD/DEN HAAG — Staatssecretaris Eric van der Burg van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid benadrukt dat de Rijkswet Houdbare Overheidsfinanciën Aruba, bekend als HOFA, alleen in werking kan treden als Aruba zelf de bijbehorende landsverordening aanneemt. In een interview stelt Van der Burg dat er in de Rijksministerraad wel consensus bestond tussen de vier regeringen binnen het Koninkrijk, maar dat de uiteindelijke parlementaire stap op Aruba bepalend blijft.
Van der Burg is sinds 23 februari 2026 staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid namens de VVD. Daarvoor was hij onder meer staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Tweede Kamerlid, Eerste Kamerlid en wethouder in Amsterdam. Zijn huidige portefeuille omvat onder meer Koninkrijksrelaties, slagvaardige overheid, openbaarheid van bestuur, informatiehuishouding en digitale dienstverlening.
De discussie draait om de Rijkswet Houdbare Overheidsfinanciën Aruba. Volgens de Rijksoverheid moet deze wet richtlijnen vastleggen voor gezonde overheidsfinanciën, financieel beheer en toezicht. De wet hangt samen met een Arubaanse landsverordening, de Landsverordening waarborging houdbare overheidsfinanciën. Die landsverordening is een eigen Arubaanse wet en moet de normen voor de Arubaanse begroting vastleggen.
In het interview maakt Van der Burg onderscheid tussen consensus tussen regeringen en politieke eenheid in een parlement. Volgens hem hebben de Nederlandse ministers en de gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten in de Rijksministerraad ingestemd met het voorstel. Dat betekent volgens Van der Burg echter niet dat er binnen het Arubaanse parlement unanimiteit nodig is. Wel is een parlementaire meerderheid nodig voor de Arubaanse landsverordening.
“Zonder landsverordening ook geen Rijkswet”, is de kern van zijn uitleg. Daarmee legt de staatssecretaris de politieke verantwoordelijkheid nadrukkelijk terug bij Aruba: de Rijkswet kan in Den Haag verder worden behandeld, maar de werking ervan blijft gekoppeld aan besluitvorming in Oranjestad.
De financiële inzet is groot. In het bestuurlijk akkoord tussen Aruba en Nederland werd vastgelegd dat de coronaleningen een looptijd van twintig jaar hebben tegen een rente van 6,9 procent. Na ondertekening van het akkoord werd voorzien in verlaging naar 5,1 procent, met verdere rentevoordelen na inwerkingtreding van de rijkswet. Volgens de Rijksoverheid moet HOFA Aruba ook toegang geven tot gunstigere Nederlandse financieringsvoorwaarden.
Van der Burg verdedigt de wet vooral vanuit dat financiële perspectief. In het interview stelt hij dat Aruba momenteel tegen bijna 7 procent rente leent, terwijl lenen via Nederland volgens hem tegen ongeveer de helft mogelijk zou worden zodra de Rijkswet en de landsverordening van kracht zijn. Dat zou volgens hem tientallen miljoenen guldens aan rentelasten kunnen besparen.
Tegelijkertijd blijft de politieke weerstand op Aruba aanzienlijk. Oppositiepartij MEP heeft tijdens het bezoek van Van der Burg aan Aruba kritiek geuit op de wet. Volgens partijleider Evelyn Wever-Croes is de regeling niet in het belang van Aruba, omdat zij vreest dat de economische ontwikkeling wordt afgeremd en dat de lagere rente niet opweegt tegen de nadelen van strengere begrotingsregels en toezicht.
Ook uit de internetconsultatie blijkt dat het dossier politiek gevoelig is. De consultatie over de Rijkswet HOFA liep van 29 augustus tot 28 september 2025. Volgens Overheid.nl zijn onder meer reacties van MEP-fracties gepubliceerd. De overheid omschrijft de wet als een wettelijk kader dat moet bijdragen aan houdbare overheidsfinanciën, beter financieel beheer en effectief toezicht, en dat Aruba de mogelijkheid biedt om tegen gunstige Nederlandse rentetarieven te lenen.
De kern van het conflict ligt daarmee niet alleen in de vraag of Aruba financieel voordeel kan halen uit lagere rente, maar ook in de vraag hoeveel nationale beleidsruimte Aruba wil behouden bij begrotingsbeleid en financieel toezicht. Voorstanders wijzen op lagere rentelasten, stabiliteit en toegang tot goedkopere financiering. Tegenstanders waarschuwen voor aantasting van parlementaire betrokkenheid, autonomie en economische beleidsvrijheid.
Van der Burgs interview maakt één punt bestuurlijk scherp: de Rijksministerraad kan het proces voortzetten, maar de politieke sleutel ligt uiteindelijk bij de Staten van Aruba. Als de landsverordening geen meerderheid krijgt, komt volgens de staatssecretaris ook de Rijkswet niet tot werking.



