Stichtingen kunnen vanaf 11 augustus 2025 subsidie aanvragen voor maatschappelijke initiatieven rond het trans-Atlantisch slavernijverleden. Dat heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bekendgemaakt. De subsidieregeling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan erkenning, herstel en bewustwording.
Volgens het ministerie is het slavernijverleden een pijnlijk, maar belangrijk onderdeel van de gezamenlijke geschiedenis. De impact ervan is volgens de overheid nog altijd merkbaar. De regeling geldt voor zowel Europees Nederland als het Caribisch deel van het Koninkrijk en is inmiddels gepubliceerd.
In 2023 organiseerde het ministerie gesprekken en dialoogsessies in het hele Koninkrijk over de opzet van de regeling. Daarbij werd onder meer gesproken over de gevolgen die het slavernijverleden vandaag de dag nog heeft voor ongelijkheid binnen verschillende culturen en gemeenschappen.
De uitkomsten van die gesprekken zijn meegenomen bij de uitwerking van de subsidie. Een belangrijk aandachtspunt was dat ook kleinere organisaties gebruik moeten kunnen maken van de regeling. Daarom is de aanvraagprocedure volgens het ministerie bewust eenvoudig gehouden. In Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk worden informatiebijeenkomsten gehouden om organisaties nader te informeren.
De uitvoering van de regeling komt in handen van Uitvoering Van Beleid, een onderdeel van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Volgens minister Uitermark is ervoor gekozen om de regeling laagdrempelig te maken en in samenspraak met de gemeenschap op te zetten.
De eerste aanvraagronde begint op 11 augustus 2025. In die ronde kunnen stichtingen subsidie aanvragen voor het versterken en professionaliseren van hun organisatie. Voor organisaties in Europees Nederland is daarvoor 5.000 euro beschikbaar. Voor organisaties in het Caribisch deel van het Koninkrijk gaat het om 10.000 Amerikaanse dollar.
De regeling loopt tot en met 2028 en bestaat uit acht aanvraagrondes voor vier verschillende subsidies. Vanaf de tweede ronde kunnen stichtingen ook subsidie aanvragen voor kleine projecten. Die moeten bijdragen aan een beter begrip van de doorwerking van het slavernijverleden, het tegengaan van de gevolgen daarvan in het heden, de verwerking van het verleden, het bevorderen van kennis en bewustwording, of de erkenning en herdenking van het slavernijverleden.
Voor Suriname is de regeling nog in voorbereiding. Volgens het ministerie wordt gewerkt aan het vinden van een lokale uitvoeringspartner. Het tempo en de aanpak worden afgestemd op de werkwijze van de Surinaamse overheid.
De subsidieregeling is een van de maatregelen die voortkomen uit de excuses van de Nederlandse overheid voor het slavernijverleden.




