ORANJESTAD — De voorgenomen reis van minister Gerlien Croes naar Nederland blijft onderwerp van discussie. Volgens een mededeling van haar kabinet vertrekt zij deze week voor twee dagen om op vrijdag 31 oktober de Rijksministerraad bij te wonen.
Oppositiepartij MEP noemt het bezoek onnodig en spreekt van een ‘snoepreis’. De partij wijst erop dat in Nederland op 29 oktober verkiezingen plaatsvinden en stelt dat daardoor kort daarna geen bewindspersonen beschikbaar zouden zijn om overleg te voeren over aangelegenheden van Aruba en ATROBE.
MEP verwijst ook naar een eerdere dienstreis van Croes naar Nederland in juni, die volgens de partij twee weken duurde. De oppositie stelt dat tot nu toe geen volledige informatie is verstrekt aan het parlement over de kosten, de resultaten en eventuele gemaakte afspraken tijdens dat bezoek, ondanks herhaalde vragen.
Daarnaast voert MEP aan dat volgens het Statuut in beginsel de minister-gevolmachtigde bevoegd is om deel te nemen aan vergaderingen van de Rijksministerraad. Ook minister-presidenten kunnen dergelijke bijeenkomsten bijwonen. Volgens de partij ontbreekt in dit geval een dringende reden voor deelname van een andere minister.
Verder uit MEP kritiek op de verwachte uitgaven voor de reis. De partij stelt dat de kosten voor het bezoek van de minister kunnen oplopen tot meer dan 25.000 florin. Dat heeft volgens MEP geleid tot verontwaardigde reacties uit de samenleving, waarbij vragen worden gesteld over het gebruik van publieke middelen en de transparantie daarover.
Van de zijde van de minister is vooralsnog geen nadere toelichting gegeven op de kritiek van MEP.




