ORANJESTAD — Volgens MEP-parlementariër Shailiny Tromp-Lee had en heeft de regering van Aruba geen consensus van het parlement om in te stemmen met de consensusrijkswet HOFA. In een schriftelijke verklaring uit zij scherpe kritiek op de gevolgde procedure en spreekt zij van een onaanvaardbaar en onrechtvaardig proces.
Tromp-Lee wijst erop dat inmiddels twee weken en vier dagen zijn verstreken sinds de openbare vergadering waarin de regering naar het parlement kwam om de consensusrijkswet over financieel toezicht te bespreken. Die vergadering werd volgens haar pas zeven maanden na het eerste verzoek daartoe gehouden. De oppositie had in totaal vijf schriftelijke verzoeken ingediend bij de parlementsvoorzitter om een dergelijke vergadering bijeen te roepen.
Volgens de MEP’er deelde de regering op 29 augustus 2025 tot verrassing van het gehele parlement mee dat zij al akkoord was gegaan met de inhoud van de rijkswet, die de naam HOFA heeft gekregen. Ook zou het voorstel op dat moment al aan de Rijksministerraad zijn aangeboden en diezelfde dag op de agenda hebben gestaan. Tromp-Lee stelt dat daarbij niet is gemeld dat de Rijksministerraad het voorstel inmiddels al had behandeld en goedgekeurd.
Zij bekritiseert dat de onderhandelingen op bestuurlijk niveau, de gemaakte afspraken en de bijbehorende documenten niet eerder met het parlement zijn gedeeld. Volgens haar ontbrak bovendien de noodzakelijke parlementaire consensus om namens Aruba met de wet in te stemmen.
MEP noemt de gang van zaken onaanvaardbaar, omdat daarmee volgens de partij de parlementaire democratie is ondermijnd. Tromp-Lee verwijst daarnaast naar afspraken die in 2022 binnen het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) zijn gemaakt over het proces rond consensusrijkswetten. Daarbij zou expliciet zijn vastgelegd dat parlementen voortdurend geïnformeerd moeten worden en dat regeringen op elk moment over parlementaire consensus moeten beschikken.
In haar verklaring stelt Tromp-Lee dat de regering al op 13 augustus 2025 akkoord is gegaan met HOFA. Die datum zou blijken uit een document van het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Volgens haar heeft de regering het parlement vervolgens ondanks meerdere mogelijkheden niet geïnformeerd. Tussen 20 en 27 augustus 2025 vonden volgens haar vijf openbare vergaderingen plaats waarin parlementariërs vragen stelden over de rijkswet, zonder dat de regering meldde dat Aruba al had ingestemd, het document had ondertekend en het aan de Rijksministerraad had aangeboden.
Zij spreekt in dat verband van een groot gebrek aan respect voor het parlement van Aruba en van onaanvaardbare arrogantie. Ook stelt zij dat de eigen coalitiefracties door de regering zijn gepasseerd.
Tromp-Lee plaatst de kwestie in de bredere context van de afspraken die tijdens en na de coronaperiode zijn gemaakt. Zij verwijst naar de situatie van een zogenoemde ‘take it or leave it’-benadering tijdens de eerste fase van de pandemie, die volgens haar leidde tot een afgedwongen consensus. Volgens haar was juist om die reden binnen het IPKO afgesproken dat het proces rond consensusrijkswetten duidelijker moest worden vastgelegd, met een centrale rol voor tijdige informatievoorziening aan parlementen.
De kernvraag die volgens de MEP’er nu voorligt, is namens wie de regering met HOFA heeft ingestemd. Zij stelt dat het parlement van Aruba op geen enkel moment vooraf is geraadpleegd, de stukken niet eerder heeft ontvangen en vóór 13 augustus 2025 geen consensus heeft gegeven. De documenten zouden pas op 29 augustus 2025 aan het parlement zijn verstrekt, op dezelfde dag dat de Rijksministerraad HOFA behandelde en goedkeurde voor de volgende fase van internetconsultatie.
Volgens Tromp-Lee is die internetconsultatie in Nederland inmiddels bijna drie weken gaande, terwijl het parlement van Aruba de op 29 augustus ontvangen documenten nog altijd niet heeft behandeld. Zij concludeert dat er tot op heden geen consensus van het parlement van Aruba bestaat voor deze wet. Mocht die instemming later alsnog volgen, dan zou dat volgens haar achteraf gebeuren, een situatie die volgens haar door de Arubaanse samenleving moet worden afgekeurd.
De MEP’er wijst er verder op dat een Arubaanse delegatie zondag naar Nederland vertrekt voor Tripartite-overleg en IPKO-bijeenkomsten. Volgens haar zijn meerdere schriftelijke en mondelinge verzoeken aan de parlementsvoorzitter om vóór vertrek een openbare vergadering over HOFA te houden, zonder resultaat gebleven.
Zij formuleert in haar verklaring daarom twee centrale vragen: waarom de regering niet eerst, zoals het hoort, naar het parlement is gekomen om HOFA te bespreken en parlementaire consensus te verkrijgen, en waarom de parlementsvoorzitter geen openbare vergadering bijeenroept om het volgens haar onaanvaardbare proces rond HOFA te behandelen.
Tromp-Lee stelt tot slot dat er ook binnen AVP-gelederen leden zouden zijn die het niet eens zijn met de gevolgde procedure, maar zich daar volgens haar niet publiekelijk over uitspreken.




