Bij Israëlische luchtaanvallen op de Libanese havenstad Tyrus en de omliggende regio zijn zeker zestien mensen om het leven gekomen. Dat meldt het Libanese staatspersagentschap NNA op woensdag 10 juni 2026.
De zwaarste aanval trof het dorp Tayr Debba, waar negen mensen de dood vonden. In de gemeente Deir Qanoun en-Nahr kwamen drie mensen om bij een afzonderlijke aanslag. Ook in de stad Tyrus zelf viel minstens één dodelijk slachtoffer.
Later op woensdagavond bestookte een Israëlisch gevechtsvliegtuig het dorp Deir ez-Zahrani. Daarbij werden een moskee en een medische kliniek geraakt. Volgens het staatspersagentschap kwamen bij deze aanval opnieuw minstens drie mensen om het leven.
Al Jazeera-correspondent Obaida Hitto, die vanuit Tyrus verslag doet, stelt dat Israël de schijn wekt dat bewoners voldoende tijd en gelegenheid hebben gekregen om de gevaarlijke gebieden veilig te verlaten. Volgens hem klopt dat beeld echter niet met de werkelijkheid op de grond.
Hitto wijst erop dat de Geneefse Conventies duidelijke eisen stellen aan evacuaties: vluchtwegen moeten veilig zijn, mensen moeten genoeg tijd krijgen om te vertrekken, en er moet een mogelijkheid zijn om terug te keren. Aan geen van deze voorwaarden wordt voldaan, aldus de correspondent.
Bovendien lopen mensen die Tyrus proberen te verlaten via de noordelijke route een groot risico om doelwit te worden van dronestakingen. De situatie voor de burgerbevolking is daarmee uiterst gevaarlijk en schrijnend.
Tegelijkertijd heeft de Verenigde Naties aangekondigd dat onderzoekers volgende week naar Libanon afreizen om mogelijke schendingen van het internationaal humanitair recht te onderzoeken. Het VN-onderzoeksteam zal daarbij kijken naar het handelen van alle betrokken partijen in het conflict.






