Andy Robertson is niet zomaar een voetballer. De Schotse aanvoerder, die zijn land onlangs naar het eerste WK-ticket in 28 jaar loodste, heeft een opmerkelijk pad afgelegd — van medewerker bij het kaartjesloket van Hampden Park tot nationale held.
Tijdens een trainingskamp in Turkije, voorafgaand aan cruciale WK-kwalificatiewedstrijden tegen Griekenland en Denemarken, toonde Robertson ook zijn andere kant. De 32-jarige linksback organiseerde een eigen versie van het populaire tv-spel ‘The Traitors’ voor zijn ploeggenoten. Met schoolborden en kleine schildjes als rekwisieten moesten uitgekozen spelers elke avond naar zijn kamer komen om te beslissen wie er ‘geëlimineerd’ zou worden. Een week lang hielden de spelers elkaar bezig met spelletjes en grappen, terwijl de druk van de belangrijkste wedstrijden van hun leven op de loer lag. Het is typerend voor Robertson: hij begrijpt dat een hecht team begint bij plezier en saamhorigheid.
Ook als clubspeler liet Robertson een diepe indruk achter. Na negen jaar nam hij onlangs afscheid van Liverpool, waar hij in 2017 overkwam van Hull City. Toenmalig trainer Jürgen Klopp vond hem bij aankomst een aanvaller die nauwelijks kon verdedigen, maar Robertson groeide uit tot een van de beste linksbacks ter wereld. Samen met Trent Alexander-Arnold verbrak hij assists-records in de Premier League. Met Liverpool won hij twee landstitels en de Champions League. Sommigen noemen hem zelfs de beste linksback in de clubgeschiedenis — een enorme prestatie bij een club met de status van Liverpool.
Bij het Schotse nationale elftal ligt zijn verhaal wat anders. Als aanvoerder van een voetbalhongerig land droeg hij een enorme verwachting op zijn schouders. Maar linksbacks zijn zelden de grote sterren. Robertson zelf maakte daar ooit een gevleugelde opmerking over toen hij een shirt van Roberto Firmino stuurde naar een jonge fan die geld had gedoneerd aan een voedselbank: ‘Want niemand wil het shirt van de linksback’, schreef hij erbij.
Toch heeft Robertson zijn stempel gedrukt op het Schotse elftal, niet door spectaculaire individuele momenten, maar door jarenlange consistentie en leiderschap. Zijn interlandcarrière begon in maart 2014 toen toenmalig bondscoach Gordon Strachan hem vanuit het beloftenelftal naar de hoofdmacht haalde. Sindsdien heeft hij nauwelijks een wedstrijd gemist. In zijn 93 interlands — alleen legende Kenny Dalglish speelde er meer voor Schotland — stond hij gemiddeld 84 minuten per duel op het veld.
Zijn onvermoeibare loopacties, voorzetten en duels zijn een vast onderdeel van het Schotse spel geworden. Terwijl fans op Hampden Park vooral zingen over doelpuntenmakers als Scott McTominay en John McGinn, is Robertson de stille kracht die alles bij elkaar houdt — op het veld én erbuiten.






