De feestvreugde in New York City na de historische NBA-kampioenstitel van de New York Knicks sloeg zaterdagnacht om in chaos. Een tiener raakte gewond door een schootwond en meerdere bussen gingen in vlammen op tijdens de ongeregeldheden in Manhattan.
De Knicks veroverden de titel door San Antonio Spurs te verslaan met 94-90 in de vijfde wedstrijd van de finale. Het is de eerste keer in meer dan vijftig jaar dat de New Yorkse basketbalclub de NBA-kampioenstitel wint, een mijlpaal die bij veel fans enorme emoties losmaakte.
Hoewel de beslissende wedstrijd plaatsvond in Texas, stroomden duizenden New Yorkers massaal de straten op in hun eigen stad om de overwinning te vieren. De sfeer was aanvankelijk uitbundig, maar naarmate de nacht vorderde en de mensenmassa’s groeiden, escaleerde de situatie rond Times Square.
Bij de schietpartij in de buurt van het bekende plein raakte een 17-jarige jongere gewond. Daarnaast werden schoolbussen, die eerder op de dag waren ingezet voor het vervoer van bezoekers van het WK voetbal, in brand gestoken. Over de exacte toedracht en mogelijke verdachten is vooralsnog weinig bekend.
De incidenten overschaduwen wat voor veel New Yorkers een historisch en vreugdevol moment had moeten zijn. De stad had decennialang gewacht op dit kampioenschap en de overwinning had een enorme symbolische waarde voor de gemeenschap.






