Het WK voetbal van 2026, dat wordt gehouden in de Verenigde Staten, Canada en Mexico, dreigt het duurste wereldkampioenschap ooit te worden voor supporters die de wedstrijden live willen bijwonen. De prijzen voor toegangskaarten zijn fors gestegen ten opzichte van vorige edities, wat voor veel ophef zorgt onder voetbalfans wereldwijd.
De goedkoopste tickets voor de finale die via de reguliere verkoop beschikbaar zijn, kosten maar liefst vier keer zoveel als de goedkoopste kaartjes voor de finale tijdens het WK in Qatar in 2022. Daarbij komt nog dat deze betaalbaardere tickets slechts een klein deel uitmaken van het totale aantal beschikbare plaatsen in het stadion. Het overgrote deel van de stoelen valt in duurdere categorieën, waardoor de drempel voor gewone fans om de finale bij te wonen enorm hoog ligt.
Verschillende factoren liggen ten grondslag aan deze forse prijsstijging. De organisatie van het toernooi over drie landen brengt hogere logistieke kosten met zich mee. Supporters die meerdere wedstrijden willen bezoeken, moeten bovendien rekening houden met reiskosten tussen de drie gastlanden, wat de totale uitgaven nog verder opdrijft. Ook de algemene inflatie en de gestegen kosten voor evenementenorganisatie spelen een rol in de hogere ticketprijzen.
Kritische stemmen wijzen erop dat het WK steeds minder toegankelijk wordt voor de doorsnee voetbalfan en steeds meer een evenement dreigt te worden dat alleen voor welgestelden is weggelegd. FIFA, de wereldvoetbalbond die het toernooi organiseert, heeft zich nog niet uitgebreid uitgelaten over de kritiek op de prijsstelling.
Het WK van 2026 is overigens ook om een andere reden bijzonder: het wordt de eerste editie waarbij 48 landen deelnemen in plaats van de gebruikelijke 32. Dit betekent meer wedstrijden en theoretisch meer kansen voor fans om hun nationale ploeg te zien spelen, maar de hoge kosten maken dat voor velen een verre droom.
Elders in het nieuws: ondanks het beleid van de Amerikaanse president Donald Trump, die de fossiele brandstofindustrie actief steunt en investeringen in duurzame energie probeert te ontmoedigen, heeft zonne-energie in de Verenigde Staten voor het eerst meer stroom opgewekt dan kolen. Deze mijlpaal laat zien dat de energietransitie in de VS doorzet, ook zonder steun vanuit het Witte Huis. De groei van zonne-energie wordt gedreven door dalende kosten voor zonnepanelen en toenemende investeringen vanuit de private sector, die onafhankelijk van overheidsbeleid doorgaan met de uitrol van duurzame energieprojecten.






