Politieke campagnes in de Verenigde Staten zetten steeds vaker bekende internetsterren in om kiezers te bereiken, maar de resultaten vallen vooralsnog tegen. Zowel Democraten als Republikeinen worstelen met de vraag hoe online populariteit kan worden omgezet in daadwerkelijke stemmen.
Een opvallend voorbeeld is de Democratische miljardair Tom Steyer, die meedeed aan de gouverneursverkiezingen in Californië. Hij investeerde tienduizenden dollars in betaalde samenwerkingen met politieke influencers, van wie sommigen miljoenen volgers hebben op sociale media. Toch wist hij de algemene verkiezingen niet te halen.
Aan Republikeinse zijde probeerde Spencer Pratt zijn al flinke online aanwezigheid te benutten tijdens zijn campagne voor burgemeester van Los Angeles. Hij verscheen regelmatig in video’s van contentmakers en schoof aan bij de populaire podcast van Joe Rogan, die maandelijks gemiddeld bijna twaalf miljoen luisteraars trekt. Desondanks haalde ook hij onvoldoende stemmen.
De strategie om via influencers en virale momenten kiezers te bereiken, werd breed omarmd nadat Donald Trump in 2024 met succes gebruikmaakte van niet-traditionele media. Trump gaf interviews aan prominente streamers en podcastmakers, wat hem volgens politieke strategen hielp bij het aantrekken van jongere kiezers. Zijn aanpak werd door veel campagneteams gezien als een blauwdruk voor moderne politieke communicatie.
Nu Trump zelf niet op de kandidatenlijst staat bij de tussentijdse verkiezingen, zoeken campagnes naar manieren om diezelfde energie vast te houden. Maar niet iedereen is overtuigd van de effectiviteit. Republikeins strateeg Eric Wilson wijst op een belangrijk nadeel: sociale media en contentmakers zijn volgens hem een bot instrument. Ze kunnen nuttig zijn voor nationale campagnes en grote organisaties, maar voor gerichte boodschappen op staats- of lokaal niveau is het veel lastiger.
Het probleem zit hem in de geografische verspreiding van volgers. Iemand met miljoenen volgers verspreid over het hele land heeft in een specifieke staat of kieskring maar een beperkt bereik onder de relevante kiezers. De vraag is dan ook niet alleen hoeveel mensen een influencer bereikt, maar hoeveel van die mensen daadwerkelijk stemgerechtigd zijn in het betreffende gebied én of ze hun stemgedrag laten beïnvloeden door online content.
De ervaringen van dit verkiezingsseizoen laten zien dat internetroem en politiek succes niet automatisch hand in hand gaan. Campagnes blijven experimenteren met nieuwe mediastrategieën, maar de vertaalslag van likes en views naar stemhokjes blijkt weerbarstig. Of de inzet van influencers op termijn een bepalende factor wordt in Amerikaanse verkiezingen, is nog allerminst zeker.






