De Rene Mouawad-luchthaven in het noordelijke Libanese stadje Qlayaat heeft op 6 juni zijn deuren heropend met een ceremoniële vlucht aan boord waarvan onder anderen premier Nawaf Salam aanwezig was. De heropening markeert een historisch moment voor Libanon, dat decennialang slechts beschikte over één internationale luchthaven ten zuiden van Beiroet.
De autoriteiten koesteren grote ambities voor de luchthaven, vernoemd naar de voormalige Libanese president Rene Mouawad. Er zijn plannen voor vluchten naar Dubai, Istanbul en de Turkse havenstad Mersin. Het doel is om van Qlayaat een tweede internationale hub te maken die de economie van Noord-Libanon nieuw leven inblaast.
Toch tempert Mazen Sammak, voorzitter van de Private Pilot Association of Lebanon, al te groot optimisme. Tegenover Al Jazeera benadrukte hij dat de openingsvlucht weliswaar een mijlpaal is, maar dat de werkelijke uitdaging nog moet komen. Het omzetten van een ceremonieel gebaar naar een operationele luchthaven brengt namelijk de nodige obstakels met zich mee.
De heropening heeft al vertraging opgelopen door de aanhoudende Israëlische aanvallen op Libanon. Sinds 2 maart zijn daarbij meer dan 3.800 mensen om het leven gekomen en zijn ruim 1,2 miljoen Libanezen ontheemd geraakt. De Libanese overheid zag zich genoodzaakt haar aandacht en middelen te richten op de gevolgen van het conflict, waardoor de luchthaven later dan gepland kon worden geopend. Eerder deze week werd een derde staakt-het-vuren afgekondigd tussen Israël en Libanon, waarna veel ontheemde burgers voorzichtig de weg naar huis zijn begonnen.
De economische schade door de oorlog is enorm. De Wereldbank schatte in november 2024 al dat Libanon ongeveer elf miljard dollar nodig heeft voor wederopbouw en herstel. Sindsdien is daar naar schatting nog eens drie miljard dollar aan oorlogsschade bijgekomen.
Ondanks de moeilijke omstandigheden wordt de heropening van de luchthaven gezien als een positief signaal voor de toekomst van Noord-Libanon. De regio, die economisch al langere tijd achterloopt op de rest van het land, hoopt met betere internationale verbindingen toeristen, investeerders en de diaspora aan te trekken. Of de luchthaven op korte termijn daadwerkelijk reguliere commerciële vluchten zal ontvangen, hangt echter sterk af van de verdere ontwikkelingen in het conflict en de politieke stabiliteit in het land.






