Een Amerikaanse rechter heeft bepaald dat uitspraken van Huawei-financieel directeur Meng Wanzhou mogen worden gebruikt als bewijs in de aankomende strafzaak tegen het Chinese telecombedrijf. Die zaak staat gepland voor september en wordt behandeld door de federale rechtbank in Brooklyn.
Meng deed haar bekentenis in 2021 als onderdeel van een schikking waarmee de strafrechtelijke aanklachten tegen haar persoonlijk werden ingetrokken. Ze was beschuldigd van bankfraude in verband met het schenden van Amerikaanse sancties tegen Iran. In een verklaring van vier pagina’s erkende ze dat ze een financiële instelling had misleid over de naleving van sanctiewetgeving en exportregelgeving door Huawei.
Rechter Ann Donnelly verwierp het verweer van Huawei dat de verklaring van Meng niet tegen het bedrijf gebruikt mocht worden. Huawei stelde dat het als bedrijf recht had op zwijgen, ongeacht wat haar topbestuurder had verklaard. Donnelly oordeelde echter dat Meng als hooggeplaatste leidinggevende sprak over handelingen die direct verband hielden met haar functie, en dat Huawei die verklaring destijds ook had aanvaard. Het bedrijf hoeft Meng tijdens het proces niet te ondervragen, aldus de rechter.
Huawei liet weten niet direct beschikbaar te zijn voor commentaar.
De zaak heeft een bewogen voorgeschiedenis. Meng, dochter van Huawei-oprichter Ren Zhengfei, haalde in december 2018 wereldwijd het nieuws toen ze op een Canadese luchthaven werd gearresteerd op basis van een Amerikaans aanhoudingsbevel. Haar aanhouding leidde tot ernstige spanningen in zowel de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China als tussen China en Canada.
Het aanhoudingsbevel volgde op een geheime aanklacht waarin zij en Huawei werden beschuldigd van het misleiden van banken, waaronder HSBC, over zakelijke activiteiten van het bedrijf in Iran. Meng bracht bijna drie jaar door onder huisarrest in Canada voordat ze in 2021 een deal sloot met het Amerikaanse ministerie van Justitie en kon terugkeren naar China.
De strafzaak tegen Huawei zelf loopt echter door. Met de recente uitspraak van rechter Donnelly beschikt het openbaar ministerie over een belangrijk bewijsmiddel: de eigen woorden van de financieel directeur van het bedrijf, die toegaf dat Huawei in strijd met de Amerikaanse sanctiewetgeving zaken deed in Iran.






