De spanning in het Midden-Oosten loopt verder op, en volgens de Amerikaanse politicoloog Scott Lucas van University College Dublin wordt de positie van de Verenigde Staten in de regio steeds zwakker. Lucas, hoogleraar Amerikaanse studies en internationale politiek, stelt dat zowel Iran als Israël steeds vaker handelen buiten de wensen van Washington om.
Volgens de expert heeft Donald Trump zichzelf in een lastige positie gemanoeuvreerd door een Iraans voorstel van veertien punten te aanvaarden als basis voor onderhandelingen. Door dat te doen, gaf hij Teheran het diplomatieke initiatief. Iran bepaalt daarmee in grote mate de agenda en de voorwaarden van het gesprek, aldus Lucas.
Iran streeft er bovendien naar de diplomatieke onderhandelingen zo breed mogelijk te maken. Teheran wil verschillende dossiers aan elkaar koppelen: de situatie in Libanon, de vrijheid van scheepvaart door de Straat van Hormuz, het opheffen van economische sancties en de bredere veiligheidssituatie in de regio. Door al deze onderwerpen samen te voegen in één onderhandelingsproces, vergroot Iran zijn eigen onderhandelingspositie aanzienlijk.
Ook Israël laat zich steeds minder gelegen liggen aan Amerikaanse wensen. Jeruzalem kiest vaker voor een zelfstandige koers, wat de invloed van Washington verder ondermijnt. Dit plaatst Trump in een moeilijke spagaat: enerzijds wil hij druk uitoefenen op Iran, anderzijds heeft hij beperkte controle over de acties van zijn belangrijkste bondgenoot in de regio.
Lucas beschrijft de huidige situatie als een kantelpunt waarbij de Verenigde Staten niet langer als vanzelfsprekend de dominante speler in het Midden-Oosten kunnen optreden. Zowel Iran als Israël testen de grenzen van wat Washington bereid is te accepteren, en beide landen lijken te concluderen dat er weinig concrete consequenties aan verbonden zijn.
De ontwikkelingen volgen elkaar in snel tempo op en de diplomatieke verhoudingen in de regio staan onder grote druk. Of Trump erin slaagt zijn positie te herstellen en weer de regie te pakken, blijft volgens de politicoloog zeer de vraag.






