Wereldwijd telt de jeugdige bevolking onder de achttien jaar ongeveer 2,4 miljard kinderen. Van hen zijn er naar schatting 138 miljoen betrokken bij kinderarbeid — dat is ongeveer één op de zeventien. Ruim 54 miljoen van deze kinderen verrichten bovendien gevaarlijk werk dat hun gezondheid en veiligheid ernstig in gevaar brengt. Dit blijkt uit cijfers van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en UNICEF, gepubliceerd rond de Werelddag tegen Kinderarbeid op 12 juni.
In 2015 stelde de Verenigde Naties zich ten doel kinderarbeid wereldwijd uit te bannen vóór 2025. Die deadline is inmiddels verstreken. Hoewel het totale aantal werkende kinderen de afgelopen jaren is gedaald, werkt nog steeds twee op de vijf kinderen in gevaarlijke omstandigheden. Denk daarbij aan zwaar lichamelijk werk, blootstelling aan giftige stoffen, het bedienen van gevaarlijke machines, extreem lange werkdagen en onveilige werkomgevingen.
Van de 54 miljoen kinderen in gevaarlijk werk is ongeveer één op de vijf tussen de vijf en elf jaar oud. Ongeveer één op de vier is tussen de twaalf en veertien jaar, en de grootste groep — bijna vier op de zeven — is tussen de vijftien en zeventien jaar oud. Volgens UNICEF en de ILO kan dergelijk werk leiden tot verwondingen, ziekten en blijvende schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van kinderen. Bovendien missen veel van deze kinderen schoolonderwijs, waardoor armoede zich van generatie op generatie blijft doorzetten.
De landbouwsector is verreweg de grootste werkgever van minderjarigen. Maar liefst 61 procent van alle gevallen van kinderarbeid speelt zich af in de agrarische sector. Dat betekent dat ongeveer 84 miljoen kinderen actief zijn op boerderijen, in de visserij, in bossen of in de veehouderij. Kinderen sjouwen zware zakken over akkers, spuiten gewassen in met pesticiden, werken in mijnen, hanteren scherpe gereedschappen en brengen lange uren door in extreme hitte. In veel plattelandsgemeenschappen begint de werkdag al voor zonsopgang, wat schoolbezoek vrijwel onmogelijk maakt.
Naast de landbouw spelen ook andere sectoren een rol, zoals de maakindustrie, de bouw en de informele diensteneconomie in stedelijke gebieden. De problematiek is wereldwijd verspreid, maar de zwaarste lasten worden gedragen door landen en regio’s in Sub-Sahara Afrika en delen van Azië.
De internationale gemeenschap staat voor een grote uitdaging nu de zelfgestelde deadline al is verstreken zonder dat het doel is bereikt. Organisaties als de ILO en UNICEF roepen overheden, bedrijven en consumenten op tot concrete actie: betere wetgeving, handhaving, toegang tot onderwijs en sociale bescherming voor kwetsbare gezinnen. Zolang armoede en ongelijkheid blijven bestaan, zal kinderarbeid een hardnekkig probleem blijven dat miljoenen kinderen hun jeugd en toekomst ontneemt.






