De Amerikaanse auto-industrie kijkt met grote zorgen naar de mogelijke heronderhandeling van het USMCA, het handelsakkoord tussen de Verenigde Staten, Mexico en Canada. Hoewel de Trump-administratie zich richt op het terugdringen van handelstekorten en het aanscherpen van handelsregels, liggen de prioriteiten van autofabrikanten elders.
Volgens financieel analist David Westin, bekend van Wall Street-programma’s bij Bloomberg, maken autoproducenten zich vooral zorgen over onzekerheid op de lange termijn. Grote investeringsbeslissingen in de auto-industrie worden doorgaans jaren van tevoren gepland. Wanneer de spelregels rondom handel plotseling veranderen, heeft dat directe gevolgen voor fabriekslocaties, toeleveringsketens en werkgelegenheid.
Een bijkomende zorg betreft de groeiende invloed van China in de Noord-Amerikaanse toeleveringsketen. Chinese bedrijven spelen een steeds grotere rol in de productie van onderdelen die uiteindelijk in Amerikaanse, Mexicaanse en Canadese voertuigen terechtkomen. Autofabrikanten vrezen dat strengere USMCA-regels hen kunnen dwingen hun inkoopstrategie ingrijpend te herzien, wat kostbaar en tijdrovend is.
De industrie geeft er dan ook de voorkeur aan dat Washington het bestaande akkoord grotendeels intact laat. Stabiliteit en voorspelbaarheid worden gezien als essentiële voorwaarden voor duurzame investeringen in Noord-Amerika. Een grootscheepse herziening van het verdrag zou volgens insiders meer schade aanrichten dan de beoogde voordelen opleveren.
Het USMCA, dat in 2020 het oudere NAFTA-verdrag verving, ligt in 2026 open voor een verplichte evaluatie. Die deadline zorgt nu al voor onrust in de sector, omdat bedrijven vroegtijdig rekening moeten houden met mogelijke nieuwe voorwaarden rondom lokale productie-eisen en oorsprongsregels voor voertuigen en onderdelen.





