ORANJESTAD — MEP-fractieleider Evelyn Wever-Croes heeft op 10 juli 2025 negen schriftelijke vragen ingediend bij de voorzitter van de Staten over de aanstelling van Gerald Rasmijn binnen de ambtelijke organisatie van Aruba. De vragen zijn gericht aan minister-president Mike Eman en zijn gebaseerd op artikel III.17 van de Staatsregeling en artikel 59 van het Reglement van Orde van de Staten.
Wever-Croes laat in haar brief weten met grote zorg kennis te hebben genomen van de benoeming van Rasmijn in wat zij omschrijft als een vertrouwensfunctie op het gebied van overheidscommunicatie. Volgens de MEP-leider is de aanstelling omstreden, omdat Rasmijn volgens haar in het verleden en recent opnieuw via sociale media vrouwelijke leden van het voormalige kabinet-Wever-Croes op grove en seksistische wijze publiekelijk zou hebben bespot en vernederd.
De parlementariër stelt dat de regering met deze benoeming een verkeerd signaal afgeeft aan de samenleving, in het bijzonder aan vrouwen en meisjes op Aruba. In haar toelichting schrijft zij dat de beslissing raakt aan kwesties als respect, gelijkwaardigheid en de geloofwaardigheid van publieke instituties. Ook spreekt zij de zorg uit dat eerdere inspanningen om de positie van vrouwen op Aruba te versterken hierdoor worden ondermijnd.
In haar vragen wil Wever-Croes onder meer duidelijkheid krijgen over het precieze functieprofiel van Rasmijn, de gehanteerde functie-eisen en de reden waarom de functie niet openbaar vacant is gesteld. Daarnaast vraagt zij naar het salaris en de totale vergoeding die met de aanstelling gemoeid zijn.
Verder vraagt zij de premier of hij op de hoogte was van uitingen die volgens haar via de Facebook-pagina ‘Pa Tin Pret’ zijn gedaan, waaronder kwetsende berichten over vrouwelijke oud-bewindspersonen en het verspreiden van gemanipuleerd beeldmateriaal. Indien dat niet het geval zou zijn, wil zij weten of de premier bereid is nader onderzoek te laten doen naar de antecedenten van Rasmijn.
Ook vraagt Wever-Croes hoe de regering het maatschappelijke signaal van deze benoeming beoordeelt, of de aanstelling past binnen de voorbeeldfunctie van de overheid en of het kabinet bereid is de beslissing te heroverwegen of in te trekken.
De fractieleider heeft verzocht om de vragen binnen twee weken schriftelijk te beantwoorden.
Naast haar formele vragen aan de regering heeft Wever-Croes in een persoonlijke verklaring scherpe kritiek geuit op de benoeming. Zij noemt de aanstelling ‘een klap in het gezicht van alle vrouwen op Aruba’ en stelt dat hiermee de indruk wordt gewekt dat seksisme en publieke vernedering worden getolereerd of zelfs beloond.
Van de zijde van de regering was bij het uitgaan van het bericht nog geen reactie bekend.




