E-steps op Aruba: minister wil verkeerswet handhaven, rechter bewaakt grenzen van overheidsoptreden

ORANJESTAD — De juridische strijd rond elektrische steps op Aruba heeft een bestuurlijk vraagstuk blootgelegd dat verder reikt dan de voertuigen zelf. Minister van Justitie Arthur Dowers stelt dat het gebruik en de commerciële verhuur van bepaalde elektrische voertuigen op de openbare weg in strijd zijn met bestaande regelgeving en een risico vormen voor de verkeersveiligheid. Twee verhuurbedrijven, Evikes Corporation VBA en Friendly Green Bike Company Aruba VBA, bestrijden de wijze waarop de overheid tegen hun activiteiten optreedt. Per 9 augustus 2026 is in openbare bronnen nog geen definitieve uitspraak aangetroffen in de meest recente procedure over de last onder dwangsom.

De situatie betekent echter niet dat een rechter elektrische steps inmiddels juridisch heeft toegestaan. Evenmin heeft de rechter geoordeeld dat bestaande verkeerswetgeving niet hoeft te worden nageleefd. De uitspraak van 22 mei 2026 ging in hoofdzaak over een andere fundamentele vraag: mag de overheid een wet handhaven zonder daarbij zelf de wettelijk voorgeschreven procedure te volgen? Het antwoord van het Gerecht was in die zaak duidelijk: nee.

Minister: voertuigen moeten aan bestaande verkeerswet voldoen

Op 30 april stelde het Ministerie van Justitie officieel dat de Landsverordening wegverkeer, AB 1997 nr. 18, vereist dat voertuigen die als motorvoertuig functioneren — ongeacht of zij worden aangedreven door benzine, diesel, gas of elektriciteit — moeten voldoen aan technische, registratie- en verzekeringsvoorschriften voordat zij op de openbare weg mogen worden gebruikt. Het ministerie verwees daarnaast naar artikelen 15 en 23 van de Algemene Politieverordening met betrekking tot voertuigen die openbare ruimte innemen of het verkeer hinderen.

Minister Dowers heeft daarbij herhaaldelijk gesteld dat verschillende verhuurde elektrische voertuigen niet over de volgens de regering noodzakelijke toelatingen, keuringen, registratie, verzekering en andere vereisten beschikken. Volgens de regering vormt het gebruik van deze voertuigen bovendien een verkeersveiligheidsprobleem, met name in het hotelgebied.

Het ministerie maakte op 2 juli bekend dat Dowers zijn beleid mede baseert op een rapport van de Verkeersveiligheidscommissie. Volgens de overheid zijn er ernstige veiligheids- en handhavingsproblemen en zouden de betrokken ondernemingen elektrische steps hebben verhuurd zonder alle vereiste commerciële vergunningen.

De precieze onderliggende gegevens uit het genoemde rapport van de Verkeersveiligheidscommissie zijn in de voor dit onderzoek geraadpleegde openbare bronnen echter niet volledig aangetroffen. Uitspraken over aantallen ongevallen moeten daarom voorzichtig worden behandeld. Zo meldde het Antilliaans Dagblad dat Dowers sprak over bijna dagelijkse incidenten, maar dit betreft een verklaring van de minister en geen door Amigoe Aruba zelfstandig geverifieerde ongevallenstatistiek.

Rechter legaliseerde de e-steps niet

Een belangrijk onderscheid dreigt in het publieke debat verloren te gaan.

Op 21 april kondigde Dowers aan dat tegen de elektrische voertuigen zou worden opgetreden. Op 30 april begon het Land voertuigen van Evikes en Friendly Green Bike weg te halen. De bedrijven stapten daarop naar het Gerecht.

In de uitspraak van 22 mei 2026 oordeelde het Gerecht dat Aruba de voertuigen van deze ondernemingen niet zonder een voorafgaande rechtsgeldige beschikking mocht innemen. De ondernemers hadden volgens het vonnis eerst schriftelijk moeten worden geïnformeerd over welke voorschriften volgens de overheid werden overtreden, welke herstelmaatregelen noodzakelijk waren en binnen welke termijn aan die eisen moest worden voldaan.

Cruciaal is dat de rechter de vraag of de elektrische steps inhoudelijk onder de aangehaalde verkeers- en vervoersregelgeving vallen uitdrukkelijk in het midden liet. Het vonnis van mei kan daarom niet worden gelezen als een rechterlijke vaststelling dat de voertuigen legaal zijn.

Het ging om de rechtmatigheid van de handhaving.

Publieke verklaringen, interviews en berichten op sociale media kunnen volgens de uitspraak niet eenvoudig in de plaats worden gesteld van formele besluiten wanneer de wet voor handhaving een beschikking en rechtsbescherming voorschrijft.

Daarmee kreeg de regering feitelijk te horen: als de wet aan uw kant staat, moet u die wet ook volgens de wet toepassen.

Overheid herstelde procedure en begon opnieuw

Na de uitspraak volgde een tweede fase.

Volgens de berichtgeving werden Evikes en Friendly Green Bike op 27 mei afzonderlijk schriftelijk geïnformeerd dat zij volgens de regering voertuigen verhuurden zonder de vereiste vergunning van de bevoegde autoriteit. Vervolgens legde de overheid op 29 juni een last onder dwangsom op. Daarbij zou na een hersteltermijn van vijftien dagen een dwangsom van Afl. 500 kunnen volgen voor ieder voertuig dat volgens de beschikking zonder de vereiste vergunning voor verhuur werd aangeboden.

Dit is juridisch wezenlijk anders dan wat in april gebeurde.

De overheid heeft na het eerste vonnis namelijk juist de formele bestuursrechtelijke route gevolgd waarvan de rechter eerder had vastgesteld dat die ontbrak: kennisgeving, gelegenheid tot reactie, een formele handhavingsmaatregel en vervolgens de mogelijkheid voor de bedrijven om daartegen naar de rechter te gaan.

De regering besloot volgens 24ora bovendien niet in beroep te gaan tegen het vonnis van 22 mei, maar de handhavingsprocedure opnieuw en formeel voort te zetten.

Nieuwe rechtszaak: geen definitieve uitspraak

Op 13 juli verschenen de regering, Evikes en Friendly Green Bike opnieuw voor de rechter. De bedrijven vroegen om opschorting van de opgelegde handhavingsmaatregel voor een periode van meer dan zes maanden en voerden onder meer aan dat uitvoering van de dwangsommen hun financiële positie ernstig zou aantasten.

Volgens het verslag van de zitting stelde de rechter vast dat de overheid juridisch tot handhaving kon overgaan. De rechter wees er tevens op dat de bedrijven op dat moment onvoldoende hadden aangetoond dat onmiddellijke naleving tot de door hen gestelde ernstige financiële problemen zou leiden. Zij kregen aanvullende tijd om financiële stukken in te dienen.

Opvallend is dat de rechter volgens datzelfde verslag erkende dat hij de overheid op dat moment niet juridisch kon verhinderen de dwangsom uit te voeren. Wel werd de regering gevraagd om in het kader van een zogenoemde ‘gentlemen’s agreement’ voorlopig geen dwangsommen te innen totdat de rechter uitspraak zou hebben gedaan.

Dat is dus geen rechterlijke vergunning voor de exploitatie van e-steps.

Het betreft een tijdelijke situatie gedurende een lopend juridisch geschil.

Op 5 augustus meldde minister Dowers dat de ondernemers inmiddels hun laatste stukken hadden ingediend en dat het Land daarop nog zou reageren. De minister verwachtte naar eigen zeggen binnen ongeveer twee weken meer duidelijkheid van de rechter. Per 9 augustus is in de geraadpleegde openbare bronnen nog geen nieuwe definitieve uitspraak gepubliceerd.

Waarom kan de rechter ingrijpen als er al verkeerswetten bestaan?

Juist hier bevindt zich de kern van de rechtsstaat.

Een minister behoort tot de uitvoerende macht. Hij kan bestaand recht uitvoeren en handhaven binnen de bevoegdheden die de wet hem geeft. Hij kan echter niet uitsluitend door middel van een persconferentie, Facebookbericht of beleidsverklaring nieuwe wettelijke verplichtingen creëren die de wet zelf niet kent, noch wettelijke procedures buiten werking stellen. De Arubaanse overheid beschrijft zelf het rechtsstaatbeginsel als een stelsel waarin het bestuur op wettelijke regels is gebaseerd en lagere regelgeving niet in strijd mag zijn met hogere regelgeving. De Staatsregeling bepaalt op constitutioneel niveau welke staatsorganen bestaan en welke taken en bevoegdheden zij hebben.

De rechter staat daar niet boven in de zin dat hij naar eigen voorkeur kan besluiten een duidelijke wet wel of niet toe te passen.

Ook de rechter is aan het recht gebonden.

Wat de rechter wél moet bepalen wanneer een geschil ontstaat, is onder meer:

  • welke wettelijke bepaling op de concrete situatie van toepassing is;
  • of een e-step juridisch onder een bepaalde voertuigcategorie valt;
  • welke vergunningen of technische toelatingen op grond van de wet vereist zijn;
  • of de minister of een andere instantie bevoegd is om op te treden;
  • of een rechtsgeldige beschikking is genomen;
  • of hoor en wederhoor en de vereiste hersteltermijnen zijn gerespecteerd;
  • en of de gekozen handhavingsmaatregel binnen de grenzen van het bestuursrecht blijft.

Dat is geen keuze tussen ‘de wet toepassen’ of ‘de wet negeren’. Het is rechterlijke toetsing van de vraag wat de wet betekent en of de overheid die wet rechtmatig heeft toegepast. Die uitleg volgt ook uit de feitelijke gang van zaken in het vonnis van mei: het Gerecht liet de materiële verkeersrechtelijke vraag open maar verbood een wijze van handhaving waarvoor geen correcte beschikking bestond.

Ook verkeersveiligheid heft rechtsbescherming niet op

De zaak legt daarmee een ingewikkeld spanningsveld bloot.

Wanneer de regering constateert dat voertuigen volgens haar niet voldoen aan veiligheids-, registratie- of verzekeringsregels, heeft zij een publieke verantwoordelijkheid om de verkeersveiligheid te beschermen en bestaande wetgeving te handhaven. De regering heeft dat standpunt ook uitdrukkelijk ingenomen.

Maar het feit dat een maatregel is bedoeld om de verkeersveiligheid te beschermen, geeft de overheid geen vrijstelling van wettelijke procedures.

Andersom betekent procedurele bescherming voor een onderneming niet dat de onderliggende activiteit automatisch legaal wordt.

Dat onderscheid is in dit dossier essentieel.

De uitspraak van 22 mei betekende niet: “e-steps zijn legaal.”

Zij betekende in essentie: “de overheid moet een rechtsgeldige procedure volgen voordat zij deze specifieke handhavingsmaatregelen toepast.”

Na die uitspraak heeft de regering getracht precies dat te doen. De juridische discussie is daardoor verschoven van de chaotische inbeslagname in april naar formele beschikkingen en een last onder dwangsom waartegen de ondernemers rechtsbescherming kunnen zoeken.

Bedrijven wijzen op jarenlange gedoogsituatie en vergunningaanvragen

Evikes en Friendly Green Bike hebben eveneens een juridisch relevante positie.

Tijdens de eerste procedure voerden zij aan dat er geen expliciete wettelijke bepaling bestaat die hun voertuigen als zodanig volledig verbiedt en dat hun activiteiten jarenlang door de overheid zijn toegestaan of gedoogd. Uit het vonnis blijkt bovendien dat verschillende vergunningaanvragen volgens de bedrijven onbeantwoord zijn gebleven. Friendly Green Bike wees op vergunningen uit 2017 en 2018 voor bepaalde locaties en latere aanvragen; Evikes stelde onder meer vanaf 2022 aanvragen te hebben gedaan en in 2024 en 2025 kentekenplaten te hebben aangevraagd zonder daarop een beslissing te hebben ontvangen.

Het Gerecht vond die bestuurlijke voorgeschiedenis relevant genoeg om de eis van het Land om alle voertuigen en rekken onmiddellijk van overheidsterrein te verwijderen, af te wijzen.

In de recente procedure hebben de ondernemingen daarnaast aangevoerd dat onmiddellijke uitvoering van de dwangsommen hun bedrijfsvoering ernstig zou treffen. Over die argumenten moet de rechter nog oordelen.

Rechtsstaat veroorzaakt soms een ongemakkelijke tussenperiode

Voor weggebruikers kan de huidige situatie moeilijk te begrijpen zijn. De minister zegt dat de activiteiten in strijd zijn met bestaande wetgeving en beroept zich op verkeersveiligheid. Tegelijkertijd kunnen ondernemers iedere formele overheidsmaatregel door een onafhankelijke rechter laten toetsen.

Dat kan tijdelijk tot een situatie leiden waarin een overheid niet onmiddellijk kan bereiken wat zij beleidsmatig noodzakelijk acht.

Maar dat is geen fout in het rechtssysteem.

Het is juist een fundamentele eigenschap van een rechtsstaat: ook wanneer de overheid meent dat de wet duidelijk is en snel ingrijpen noodzakelijk is, moet een burger of onderneming toegang hebben tot een onafhankelijke rechter die controleert of de overheid daadwerkelijk de juiste wettelijke bevoegdheid gebruikt en de voorgeschreven procedure respecteert.

De rechter beschermt daarmee niet noodzakelijk de e-step. Hij beschermt het juridische proces.

Tegelijkertijd beschermt dat proces de minister zelf: wanneer de regering na correcte besluitvorming en rechterlijke toetsing uiteindelijk in het gelijk wordt gesteld, kan de handhaving plaatsvinden op een juridisch veel steviger fundament.

De komende uitspraak is daarom belangrijk

De juridische discussie is op 9 augustus 2026 nog niet afgesloten. De eerste rechtszaak is geëindigd met een duidelijke procedurele terechtwijzing van het Land, maar zonder definitief oordeel dat de betrokken e-steps legaal op de openbare weg mogen worden gebruikt. De daaropvolgende formele handhavingsprocedure wordt nu afzonderlijk door de rechter getoetst.

Daarmee draait de zaak uiteindelijk om twee principes die naast elkaar moeten kunnen bestaan:

de overheid moet verkeerswetten daadwerkelijk kunnen handhaven om de openbare veiligheid te beschermen, maar de overheid moet tijdens die handhaving zelf eveneens de wet naleven.

En wanneer daarover verschil van mening bestaat, is het uiteindelijk de onafhankelijke rechter — en waar van toepassing de hogere rechter in beroep — die in het concrete geschil bepaalt hoe het geldende recht moet worden uitgelegd en toegepast.

Niet omdat een rechter mag kiezen of hij de wet respecteert, maar juist omdat in een rechtsstaat niemand het laatste woord over zijn eigen bevoegdheid behoort te hebben — ook een minister niet.

Topics

Alys Rivers’ Identiteit Ontrafeld: Een Mysterie Uitleg

De laatste aflevering van seizoen 3 van 'House of...

Clashes in Kut, Irak door protesten tegen stroomtekort

In de stad Kut, Irak, zijn er hevige confrontaties...

Helaenas tragische dood bevestigt George R.R. Martins voorspelling

De derde seizoenen van 'House of the Dragon' eindigde...

Aandelenmarkten wachten op inflatiegegevens en houden rekening met nieuwe spanningen rond Iran

De futures voor de belangrijkste Amerikaanse beurzen zijn zondag...

Daniel Kinahan verscheen voor de rechtbank na uitlevering uit Dubai

De 49-jarige Daniel Kinahan, een van de meest gezochte...

PPA herstelt San Nicolas Centro Patriotico: Investering in de toekomst van Aruba

Het Partido Patriotico di Aruba (PPA) investeert in de herinrichting van het Centro Patriotico in San Nicolas, met als doel een belangrijk centrum voor de gemeenschap te creëren en de toekomst van Aruba te versterken.

Nederlandse titel (max 100 chars)

De Set Decorators Society of America (SDSA) heeft de...

Related Articles

Popular Categories