De Spaanse premier Pedro Sánchez heeft woensdag met klem ontkend dat er sprake is van wijdverbreide corruptie binnen zijn Socialistische Partij. Dit deed hij nadat een voormalige naaste medewerker een gevangenisstraf opgelegd kreeg wegens corruptie.
Het vonnis is de meest recente ontwikkeling in een reeks van corruptieonderzoeken die de omgeving van Sánchez al geruime tijd teisteren. Zo lopen er ook onderzoeken naar familieleden van de premier en naar voormalige politieke bondgenoten op hoog niveau. Zelfs zijn echtgenote Begoña Gómez is niet buiten schot gebleven en staat eveneens onder justitieel toezicht.
Ondanks de toenemende druk vanuit de oppositie en de publieke opinie bleef Sánchez stellig in zijn verdediging. Volgens hem is er geen sprake van een structureel of systemisch corruptieprobleem binnen zijn partij of regering. Hij benadrukte dat individuele gevallen niet mogen worden verward met een bredere cultuur van wangedrag.
Kritici wijzen er echter op dat de opeenstapeling van juridische kwesties rondom mensen in zijn directe kring een patroon lijkt te vormen dat moeilijk te negeren valt. De oppositie roept Sánchez op verantwoordelijkheid te nemen en meer transparantie te bieden over de gang van zaken binnen zijn partij.
De zaak zet de politieke stabiliteit van de Spaanse regering opnieuw onder druk, op een moment dat Sánchez al afhankelijk is van een fragiele parlementaire meerderheid om aan de macht te blijven.





