Een federale rechter in de Verenigde Staten heeft een tijdelijke stop gezet op het zogeheten ‘anti-wapenfonds’ van president Donald Trump, een fonds ter waarde van bijna 1,8 miljard dollar dat bedoeld is om vermeende slachtoffers van overheidsmisbruik te compenseren.
District rechter Leonie Brinkema, werkzaam bij de rechtbank in het oosten van Virginia en destijds benoemd door president Bill Clinton, besloot vrijdag dat de Trump-regering voorlopig geen verdere stappen mag zetten om het fonds op te richten of te beheren. Op 12 juni staat een nieuwe zitting gepland, waarbij wordt bepaald of de blokkade verlengd moet worden.
Het fonds is voortgekomen uit een schikking in een rechtszaak die Trump in zijn persoonlijke hoedanigheid aanspande tegen de Amerikaanse belastingdienst (IRS). Die zaak draaide om de vermeende illegale openbaarmaking van Trumps belastinggegevens door Charles Edward Littlejohn, een voormalig contractmedewerker die de documenten naar journalisten zou hebben gelekt.
Volgens de plannen zou een commissie van vijf leden toezicht houden op het fonds en betalingen goedkeuren voor mensen die kunnen aantonen slachtoffer te zijn geworden van wat Trump en zijn aanhangers omschrijven als ‘lawfare’ en ‘weaponisation’, termen die zij gebruiken voor juridische en strafrechtelijke procedures die volgens hen politiek gemotiveerd zijn.
De rechtszaak die tot de blokkade leidde, werd aangespannen door een groep onder leiding van Andrew Floyd, een aanklager die betrokken was bij de vervolging van de relschoppers van 6 januari 2021. De eisers stellen dat het fonds partijdig zou zijn en uitsluitend Trump-aanhangers zou bevoordelen, terwijl politieke tegenstanders van de president buiten de boot zouden vallen.
Tot dusver is er nog geen geld uitgekeerd en zijn er ook geen aanvragen ingediend, omdat het ministerie van Justitie de beoordelingscommissie nog niet heeft samengesteld.
Het fonds heeft ook binnen Trumps eigen Republikeinse Partij voor ophef gezorgd. Meerdere Republikeinse congresleden uitten openlijk hun ongenoegen over het idee dat mensen die betrokken waren bij de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 mogelijk betalingen zouden ontvangen die door belastingbetalers worden gefinancierd.
Tijdens een hoorzitting in het Congres eerder deze maand weigerde waarnemend minister van Justitie Todd Blanche duidelijkheid te verschaffen over de exacte criteria voor uitkeringen uit het fonds, wat de kritiek verder aanwakkerde.





