ORANJESTAD — MEP-parlementariër Shailiny Tromp-Lee heeft fel gereageerd op uitspraken van de AVP-fractie over de jaarrekening 2020. Volgens haar gebruikt AVP het rapport van de Algemene Rekenkamer Aruba (ARA) om ten onrechte de indruk te wekken dat sprake zou zijn van corruptie.
Tromp-Lee stelt dat het ARA-rapport vooral wijst op administratieve tekortkomingen die zijn ontstaan tijdens de wereldwijde crisis in 2020. Zij benadrukt dat in het rapport nergens wordt gesproken over corruptie. Volgens de parlementariër probeert AVP met termen als ‘illegaal’ onrust en twijfel in de samenleving te zaaien.
Volgens Tromp-Lee lag de prioriteit in die periode bij het ondersteunen van duizenden gezinnen en het overeind houden van het land tijdens de pandemie. Zij noemt de kritiek van AVP een vorm van politieke stemmingmakerij.
De MEP-politica zegt verder dat de belangrijkste boodschap uit het rapport juist is dat Aruba beter voorbereid moet zijn op toekomstige crisissen. Daarbij wijst zij op aanbevelingen van de Rekenkamer over de noodzaak van een samenhangend crisisplan en een uniform digitaal systeem binnen de overheid.
Volgens Tromp-Lee hangen de geconstateerde zwakheden in het overheidsapparaat samen met een gebrek aan investeringen in technologie en met de financiële situatie die eerdere regeringen hebben achtergelaten. In plaats van twijfel te zaaien, zou AVP volgens haar moeten uitleggen waarom in eerdere bestuursperiodes onvoldoende is geïnvesteerd in versterking en digitalisering van de instituties.
Tromp-Lee benadrukt daarnaast dat de tijdelijke ontbrekende wettelijke basis, waar de ARA op wees, inmiddels door het parlement is geregeld. Volgens haar is die kwestie in 2022 gelegaliseerd en daarmee juridisch afgehandeld. De parlementariër stelt dat AVP blijft teruggrijpen op een onderwerp dat volgens haar al is opgelost.
Vooruitkijkend zegt Tromp-Lee zich te willen blijven richten op verbetering van digitale controlemechanismen en op de voorbereiding van noodwetgeving. Ook verwijst zij naar een vergadering van 4 juli, waarin volgens haar de benodigde wettelijke basis is goedgekeurd om te voorkomen dat steunmaatregelen uit de crisisperiode achteraf worden gecriminaliseerd.




