ORANJESTAD — MEP-parlementariër Xiomara Maduro heeft kritiek geuit op minister Gerlien naar aanleiding van uitspraken tijdens de openbare behandeling van de Rijkswet Hof van Financieel Toezicht Aruba (HOFA) in het parlement.
Volgens Maduro verwees de minister daarbij naar het rapport Op afstand, maar toch dichtbij van de Algemene Rekenkamer uit juni 2024, waarin de financiële situatie van overheidsbedrijven op Aruba wordt belicht. Gerlien zou hebben gesteld dat geen enkele minister van het kabinet-Wever-Croes aandacht had besteed aan het rapport en dat alleen haar collega Geoffrey Wever daar iets over had gezegd.
Maduro bestrijdt die lezing. Zij stelt dat al in 2022, in het kader van het Landspakket, door de toenmalige minister van Financiën opdracht werd gegeven aan PwC om een rapport op te stellen over de financiële positie van zes overheidsbedrijven. Daarnaast zou ook het technisch partnerorgaan van het IMF in het Caribisch gebied, CARTAC, onderzoek hebben gedaan naar de risico’s die deze bedrijven kunnen vormen voor de landsbegroting. Volgens Maduro werden deze bevindingen eind 2023 gepresenteerd.
Na publicatie van het Rekenkamerrapport in 2024 is volgens de parlementariër ook meegedeeld dat de daarin genoemde zorgen werden gedeeld en dat sinds 2022 al aandacht aan dit dossier werd besteed.
Maduro wijst er verder op dat dit traject volgens haar heeft geleid tot het beleid rond participaties en dividend, waarmee minister Gerlien recentelijk in de ministerraad heeft ingestemd. Dat beleid werd volgens haar ook door minister Geoffrey Wever in de media toegelicht.
De MEP-politica verwijt Gerlien dat zij politieke tegenstanders bekritiseert zonder eerst de beschikbare informatie te raadplegen. Daarbij benadrukt Maduro dat Gerlien juist als minister belast met het Landspakket op de hoogte had moeten zijn van de eerdere werkzaamheden rond dit onderwerp.




