De Abraham Akkoorden zijn een reeks van diplomatieke overeenkomsten die in 2020 werden gesloten tussen Israël en meerdere Arabische landen, waaronder Egypte, Bahrein, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. De akkoorden, vernoemd naar een toespraak van toenmalig president Trump waarin hij de relatie tussen Israël en Arabië vergelijkt met die van Abraham, markeren een belangrijke stap in het normaliseren van de betrekkingen tussen Israël en zijn buurlanden in het Midden-Oosten.
De kern van de akkoorden is het herstellen van diplommatische betrekkingen en het opheffen van vele reisbeperkingen. Dit omvatte onderhandelingen over vliegroutes, gezamenlijke militaire oefeningen en economische samenwerking. Saudi-Arabië en de Emiraten waren in 2020 al druk bezig met het normaliseren van hun relaties met Israël via geheime overeenkomsten, maar de akkoorden onder Trump brachten deze verbintenissen officieel op de kaart.
De overeenkomsten werden voornamelijk aanzien als een strategische zet van Trump om zijn handelsbeleid te ondersteunen en de buitenlandse steun aan Iran te verminderen. Na het aftreden van Trump zijn de akkoorden door de nieuwe Amerikaanse regering, onder leiding van Joe Biden, niet verder aangepast of uitgediept.
Ondanks hun potentieel voor vrede en stabiliteit in de regio, blijven de Abraham Akkoorden onderwerp van debat. Critici wijzen op het feit dat ze de Palestijnse kwestie negeren en dat ze de Israëlische expansie in het West-Jeruzalem verder legitimeren. Tegelijkertijd benadrukken voorstanders de positieve impact op de economie en veiligheid van de deelnemende landen, evenals de mogelijkheid tot verdere normalisering tussen Israël en andere Arabische staten.


