Amerikaanse en Pakistaanse leiders spreken hun verwachting uit dat er zondag een raamwerkakkoord wordt ondertekend dat een einde moet maken aan maanden van gewapend conflict tussen de Verenigde Staten en Iran. Toch zijn er vraagtekens: Teheran zelf zaait twijfel over de geplande datum, en binnen Iran laten hardlijnse demonstranten nadrukkelijk van zich horen in hun verzet tegen een mogelijke deal.
Het zou gaan om een langverwacht kaderakkoord, waarover al geruime tijd wordt onderhandeld. Zowel Washington als Islamabad lijken er vertrouwen in te hebben dat de handtekeningen zondag worden gezet, maar de Iraanse regering tempert dat optimisme. Officiële Iraanse bronnen geven aan dat de timing nog niet vaststaat, wat de onzekerheid rondom het diplomatieke proces vergroot.
Tegelijkertijd klinkt er intern verzet in Iran. Conservatieve groeperingen en hardliners de straat op gegaan om hun onvrede te uiten over een mogelijke toenadering tot de Verenigde Staten. Dit interne verzet vormt een extra complicerende factor voor de Iraanse onderhandelaars, die rekening moeten houden met de politieke druk vanuit eigen land.
Pakistan speelt in dit diplomatieke proces een opvallende bemiddelende rol. Het land heeft de afgelopen maanden actief bijgedragen aan de gesprekken tussen Washington en Teheran, en Pakistaanse leiders tonen zich hoopvol dat het akkoord spoedig zijn beslag krijgt.
Of de ondertekening daadwerkelijk zondag plaatsvindt, blijft vooralsnog onzeker. De komende uren zullen uitwijzen of alle partijen tot overeenstemming kunnen komen over zowel de inhoud als het tijdstip van de formele bekrachtiging van het vredeskader.






