Een internationale conferentie over slavernij en herstelrecht, vorige week gehouden in de Ghanese hoofdstad Accra, heeft wereldwijd de discussie aangewakkerd over historische verantwoordelijkheid, herstelbetalingen en ongelijkheid.
Op een bijzondere locatie, het historische Christiansborg Castle aan de Atlantische kust, dat vroeger diende als doorvoerpunt voor tot slaaf gemaakte Afrikanen, speelden acteurs en studenten taferelen na uit de slavenhandel. Daarmee brachten zij de schrijnende reis in herinnering die miljoenen Afrikanen gedwongen moesten ondergaan.
Tijdens de driedaagse ‘Next Steps’-conferentie kwamen staatshoofden, beleidsmakers, wetenschappers, juristen, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van de Afrikaanse diaspora bijeen. Centraal stond de vraag hoe de wereld kan omgaan met de langdurige gevolgen van de trans-Atlantische slavenhandel en hoe herstelrecht in de praktijk gebracht kan worden.
De bijeenkomst vond plaats kort nadat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een historische resolutie had aangenomen. Daarin werd de trans-Atlantische slavenhandel en de op ras gebaseerde slavernij erkend als een van de ernstigste misdaden tegen de menselijkheid. De resolutie, gesteund door 123 landen, was de eerste in de geschiedenis van de VN die volledig gewijd was aan dit onderwerp.
Uit de Accra-conferentie rolde een plan met negentien punten. Dat raamwerk roept op tot formele excuses van landen en instellingen die hebben geprofiteerd van slavernij. Daarnaast pleit het voor het opzetten van mechanismen voor herstelbetalingen, de teruggave van culturele erfgoedobjecten en menselijke resten, schuldverlichting voor getroffen landen, educatieve programma’s en intensievere internationale samenwerking.
Volgens het slotdocument van de conferentie zijn de gevolgen van slavernij tot op de dag van vandaag zichtbaar in structurele ongelijkheid, economische achterstand, systemisch racisme, culturele uitwissing en ontwikkelingsachterstanden.
Organisatoren benadrukten dat de bijeenkomst in Accra geen eindpunt was, maar een belangrijke stap in een langer proces richting daadwerkelijke gerechtigheid voor de nakomelingen van tot slaaf gemaakte mensen wereldwijd.





