Maanden van Oekraïense aanvallen op Russische olie-infrastructuur beginnen hun tol te eisen. In Rusland is brandstofrantsoenering inmiddels een realiteit geworden, en president Vladimir Putin kan de economische gevolgen van de oorlog steeds moeilijker verbergen voor zijn eigen bevolking.
De brandstoftekorten komen op een moment dat het nieuws voor Oekraïne juist positief is. In de afgelopen week ontving het land toezeggingen voor maar liefst 4 miljard euro aan nieuwe militaire steun van zijn bondgenoten. Dit geld is bestemd voor anti-ballistische interceptors, langeafstandsartillerie en onbemande systemen.
Oekraïens minister van Defensie Mykhailo Fedorov maakte bovendien bekend dat Oekraïne en Duitsland een samenwerkingsakkoord hebben ondertekend voor de ontwikkeling van een Europese anti-ballistische interceptorraket. Dit was al lange tijd een wens van president Volodymyr Zelensky.
Darnaast heeft de Europese Unie 6 miljard euro vrijgemaakt uit het Europees Vredesfaciliteit voor militaire steun aan Oekraïne. Tegelijkertijd zijn de officiële toetredingsgesprekken tussen Brussel en Kiev van start gegaan. Beide ontwikkelingen waren jarenlang geblokkeerd door de Hongaarse premier Viktor Orbán, die in april de macht verloor.
Na de opening van de eerste van zes onderhandelingsclusters voor EU-lidmaatschap riep Zelensky de Europese Intergouvernementele Conferentie op om het tempo te verhogen en de overige vijf clusters gelijktijdig te openen. ‘Oekraïne heeft het recht verdiend om sneller te gaan. We zijn klaar om alle clusters te openen. We hebben ons werk gedaan. Iedereen in Europa weet dat,’ aldus Zelensky.
Terug in Rusland schilderen onafhankelijke media een somber beeld. Door de aanhoudende Oekraïense aanvallen op olieraffinaderijen en brandstofopslagplaatsen zijn er in meerdere Russische regio’s tekorten ontstaan aan benzine en diesel. Burgers merken de gevolgen direct aan de pomp. Wat begon als een ‘speciale militaire operatie’ ver weg aan de grens, dringt nu steeds verder door in het dagelijks leven van gewone Russen.
Ook de hoofdstad Moskou bleef niet gespaard. Oekraïense drones troffen een olieraffinaderij in de regio, waarbij omwonenden spraken van een soort ‘olieregen’ die neerdaalde op woonwijken. De psychologische impact van zulke aanvallen op de bevolking in het hart van Rusland is aanzienlijk.
De combinatie van economische druk door brandstoftekorten, toenemende militaire steun aan Oekraïne en de naderende EU-toetreding van Kiev schetst een beeld van een conflict waarbij het momentum langzaam maar zeker verschuift. Voor Poetin wordt het steeds lastiger om de werkelijke kosten van de oorlog te verhullen voor zijn eigen bevolking.











