De horrorfilm ‘Leviticus’ belicht een donker en controversieel onderwerp: conversietherapie voor jongeren die worstelen met hun seksuele identiteit. De twee hoofdrolspelers, Joe Bird en Stacy Clausen, vertolken twee tieners die hun homoseksualiteit verborgen houden en worden blootgesteld aan de schadelijke praktijken van conversietherapie. In aanloop naar de opnames bereidden beide acteurs zich grondig voor op deze emotioneel zware rollen.
Conversietherapie, een omstreden en door veel experts veroordeelde praktijk waarbij geprobeerd wordt de seksuele geaardheid van mensen te veranderen, vormt de kern van dit horrorproject. De film gebruikt het genre van de horror om de psychologische en emotionele schade te verbeelden die dergelijke therapieën kunnen aanrichten bij kwetsbare jongeren.
Bird en Clausen namen hun voorbereiding serieus. Ze verdiepten zich in getuigenissen van mensen die zelf conversietherapie hebben ondergaan, bestudeerden de psychologische impact ervan en spraken met experts en ervaringsdeskundigen. Het doel was om de ervaringen van hun personages zo authentiek en respectvol mogelijk neer te zetten, zonder de ernst van het onderwerp te onderschatten.
De film speelt zich af in een benauwende, religieus geïnspireerde omgeving, wat de horrorelementen extra kracht bijzet. De titel ‘Leviticus’ verwijst naar het bijbelboek dat door sommige religieuze groeperingen wordt aangehaald als rechtvaardiging voor afwijzing van homoseksualiteit. Door deze verwijzing te gebruiken, plaatst de film zich bewust in een maatschappelijk en religieus debat dat voor veel LGBTQ+-jongeren een pijnlijke realiteit is.
Both acteurs benadrukten hoe belangrijk het voor hen was om de verhalen van echte mensen die dit hebben meegemaakt, recht te doen. De voorbereiding was niet alleen technisch en acteermatig, maar ook emotioneel intensief. Het verwerken van de zware thematiek vroeg om zelfzorg en onderlinge steun tussen de castleden en het filmteam.
‘Leviticus’ wil met het horrorgenre een breder publiek bereiken en tegelijkertijd een maatschappelijke boodschap overbrengen over de gevaren van conversietherapie. Wereldwijd wordt deze praktijk steeds meer verboden, maar in verschillende landen en gemeenschappen vindt het nog altijd plaats. De makers hopen dat de film bijdraagt aan bewustwording en discussie over dit onderwerp.
De film is daarmee meer dan een traditionele horrorproductie: het is een sociaal commentaar verpakt in een genre dat van nature spanning en angst oproept, emoties die voor veel LGBTQ+-jongeren in onderdrukkende omgevingen maar al te herkenbaar zijn.











