Elke dinosaurfilm staat in de schaduw van de Jurassic Park-franchise. Dat is begrijpelijk, want Steven Spielbergs klassieker uit 1993 legde de lat voor het genre bijzonder hoog. Toch zijn er genoeg goede dinosaurfilms die niets met Jurassic Park te maken hebben. Een daarvan is de Britse productie ‘The Dinosaur Project’ uit 2012, een film die zeker de moeite waard is voor liefhebbers van de Jurassic World-reeks.
De film werd geregisseerd door Sid Bennett en speelt zich af in de diepten van Congo, waar een groep onderzoekers en een filmploeg op expeditie gaan om een prehistorisch waterwezen te zoeken. Wat ze aantreffen, gaat echter alle verwachtingen te boven: een compleet verborgen wereld vol dinosauriërs. Het verhaal sluit aan bij de traditie van klassieke avonturenverhalen zoals King Kong en The Lost World, maar dan verteld via de lens van smartphones en gopro-camera’s. De film maakt namelijk gebruik van het zogeheten found-footage-format, waarbij het lijkt alsof de beelden zijn opgenomen door de personages zelf.
Wat de film extra aantrekkelijk maakt voor Jurassic World-fans, is de opvallende overeenkomst in verhaallijn. Net als in Jurassic World, waar hoofdpersonage Owen Grady een bijzondere band opbouwt met de velociraptor Blue, staat in ‘The Dinosaur Project’ een vriendschap centraal tussen een tienerjongen en een Lesothosaurus. Opvallend detail: deze film verscheen drie jaar vóór Jurassic World, dus van kopiëren is zeker geen sprake.
Qua budget steekt ‘The Dinosaur Project’ schril af bij de miljoenenproducties uit de Jurassic World-reeks. Toch is het een ambitieuze film met verrassend goede visuele effecten en degelijke acteerprestaties. De sfeer doet denken aan een mix tussen Jurassic Park en The Blair Witch Project, met een flinke dosis campy entertainment erbij. De film is geschikt voor het hele gezin, al kunnen sommige scènes jonge kijkers wel even doen schrikken.
Kijkers op IMDb zijn over het algemeen positief. Zo omschrijft een fan de film als snel en meeslepend, met aanvallen die echte spanning weten op te bouwen. Een andere kijker benadrukt dat de film geen wetenschappelijke pretenties heeft en simpelweg wil vermaken, als een typische popcornfilm.
De makers weten ook goed wat het publiek wil zien: dinosauriërs. En die zijn er volop. Er passeert een grote verscheidenheid aan prehistorische wezens de revue, wat de film een speels en zelfbewust karakter geeft. Het draait hier niet om educatie of het evenaren van grote franchises, maar puur om amusement.
Kort samengevat: wie houdt van dinosaurfilms en openstaat voor een luchtige, spannende avonturenfilm met een originele draai, doet er goed aan ‘The Dinosaur Project’ eens te bekijken.





