ORANJESTAD — Het parlement van Aruba heeft tijdens de openbare vergadering van 25 februari 2026 ingestemd met wetgeving die roekeloos rijgedrag en zogenoemde hit-and-run-zaken harder moet aanpakken. MEP-parlementariër Shailiny Tromp-Lee spreekt van een beslissende stap voor de verkeersveiligheid op het eiland.
In haar toelichting stelde Tromp-Lee dat ernstige verkeersongevallen niet langer als een terugkerend gegeven mogen worden beschouwd. Volgens haar is het noodzakelijk dat de verkeerswetgeving niet alleen op papier bestaat, maar ook daadwerkelijk bescherming biedt aan weggebruikers.
Zij sprak haar volledige steun uit voor het wetgevend initiatief van haar collega’s Rocco Tjon en Edgard Vrolijk. Volgens Tromp-Lee bestonden er tot nu toe juridische lacunes die het voor autoriteiten moeilijk maakten om op te treden tegen uiterst gevaarlijk rijgedrag voordat een tragedie plaatsvond.
Met de invoering van artikel 2a komt er volgens haar een duidelijke wettelijke omschrijving van roekeloosheid. Daarbij wordt onder meer gewezen op gedragingen als door rood licht rijden, het gebruik van een mobiele telefoon tijdens het rijden en bumperkleven. De maximale gevangenisstraf kan in zulke gevallen oplopen tot acht jaar.
Tromp-Lee benadrukte dat de aangescherpte wetgeving gepaard moet gaan met een effectieve uitvoering. In dat verband deed zij een beroep op de regering en in het bijzonder op de minister van Justitie om op drie punten resultaat te boeken.
Allereerst noemde zij handhaving en bijscholing. Volgens haar moet er op de weg geen onduidelijkheid bestaan over de toepassing van de wet en moet het politiekorps beschikken over voldoende training en middelen om gevaarlijk rijgedrag tijdig te signaleren en aan te pakken.
Daarnaast pleitte zij voor gerichte preventie, vooral voor de leeftijdsgroep van 18 tot 21 jaar, die volgens haar een verhoogd risico vormt in het verkeer. Zij riep op tot concrete plannen waarin wetshandhaving wordt gecombineerd met bewustwordingscampagnes op middelbare scholen.
Ook vroeg Tromp-Lee om een eerdere evaluatie van de nieuwe wet. Hoewel de wet uitgaat van een beoordeling na vijf jaar, vindt zij dat te laat. Zij drong daarom aan op een tussentijdse evaluatie na twee jaar, zodat tijdig kan worden vastgesteld of de maatregelen effect hebben of moeten worden aangepast.
Volgens de parlementariër ligt de kern van verkeersveiligheid niet alleen in zwaardere straffen, maar ook in individueel verantwoordelijkheidsbesef. Zij wees erop dat iedere bestuurder verantwoordelijkheid draagt voor het eigen leven, dat van de familie en van andere weggebruikers.
Tromp-Lee concludeerde dat de wetswijziging een krachtig instrument is, maar dat succes afhankelijk blijft van drie elementen: degelijke wetgeving, consequente handhaving door de overheid en burgers die hun verantwoordelijkheid nemen in het verkeer. Zij liet weten het verdere proces nauwgezet te zullen blijven volgen.




