ORANJESTAD — De vergadering over de consensusrijkswet HOFA wordt morgen hervat, nadat die twee maanden geleden was geschorst. Volgens MEP-parlementariër Shailiny Tromp-Lee gaat het om een cruciaal overleg voor de toekomst van Aruba. In een verklaring roept zij de bevolking op zich te verdiepen in de inhoud en gevolgen van de voorgestelde rijkswet.
Tromp-Lee stelt dat er politieke discussie mogelijk is over het onderwerp, maar benadrukt dat volgens haar bepaalde zaken niet onderhandelbaar mogen zijn. Zij wijst daarbij op de autonomie en het zelfbeschikkingsrecht van Aruba. Volgens haar mag Aruba geen bevoegdheden prijsgeven die in het verleden door politieke strijd zijn verworven.
De MEP verwijst naar advies van de Nederlandse hoogleraar Elzinga, die volgens de partij van mening is dat HOFA de autonomie van Aruba beperkt en mogelijk in strijd is met de Staatsregeling. Ook zou volgens dat advies het risico bestaan dat financieel toezicht langdurig of zelfs blijvend van aard wordt. Tromp-Lee stelt verder dat Elzinga heeft aangegeven dat het bestuurlijk akkoord, in tegenstelling tot wat AVP en Futuro zouden suggereren, Aruba juridisch niet bindt.
Daarnaast verwijst zij naar opmerkingen van de Raad van State over de te volgen procedure bij een consensusrijkswet. Op basis daarvan concludeert zij dat de regering het parlement en de samenleving eerder en vollediger had moeten informeren en consulteren. Volgens Tromp-Lee is er geen sprake geweest van een gedragen parlementaire consensus voordat Aruba instemde met de inhoud van de wet.
MEP wijst ook op evaluaties van financieel toezicht op de andere landen binnen het Koninkrijk. Volgens Tromp-Lee blijkt daaruit dat langdurig toezicht economische en sociale ontwikkeling heeft belemmerd en dat betrokken landen daar na vijftien jaar nog altijd niet volledig uit zijn gekomen. Zij noemt dit een waarschuwing voor Aruba.
In haar verklaring zet Tromp-Lee vraagtekens bij het gevolgde proces. Zij stelt dat de oppositie op 20 en 30 januari, 31 maart, 14 mei en 19 juni 2025 herhaaldelijk heeft verzocht om een openbare vergadering waarin de regering uitleg zou geven over de voorgenomen rijkswet. Volgens haar zijn die verzoeken niet binnen de geldende termijn behandeld.
Op 13 augustus 2025 zouden Aruba en Nederland overeenstemming hebben bereikt over de inhoud van de rijkswet HOFA, waarna het voorstel aan de Rijksministerraad werd aangeboden voor goedkeuring en start van een internetconsultatie. Tromp-Lee bekritiseert dat dit volgens haar gebeurde zonder voorafgaande informatie aan het parlement, maatschappelijke organisaties of de bevolking.
Verder stelt zij dat de regering ook tijdens meerdere parlementaire bijeenkomsten in augustus geen melding maakte van het feit dat de voorstellen al waren goedgekeurd en doorgestuurd. Pas op 29 augustus 2025 zouden Statenleden kopieën hebben ontvangen van de ontwerpen van de rijkswet HOFA en de landsverordening inzake houdbare overheidsfinanciën. Volgens Tromp-Lee was de behandeling in de Rijksministerraad op dat moment al gaande of zelfs afgerond.
Volgens MEP is het onaanvaardbaar dat de internetconsultatie in Nederland al was gestart en afgerond, terwijl de inhoudelijke bespreking met het Arubaanse parlement pas daarna plaatsvond. Tromp-Lee noemt dat een gebrek aan respect voor het parlement en in strijd met eerder gemaakte afspraken binnen het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) over de procedure rond consensusrijkswetten.
De parlementariër spreekt van een ondoorzichtig traject en vraagt zich af waarom de regering niet eerder openheid van zaken heeft gegeven als de rijkswet volgens haar daadwerkelijk in het belang van Aruba zou zijn. Volgens Tromp-Lee roept de gang van zaken ernstige vragen op over de geloofwaardigheid van de regering.
De vergadering over HOFA wordt door de oppositie gezien als een belangrijk moment in het debat over de verhouding tussen Aruba en het Koninkrijk, en over de vraag in hoeverre financieel toezicht verenigbaar is met de autonomie van het land.




