Grote delen van Venezuela die vorige week werden getroffen door twee zware aardbevingen, wachten nog steeds op noemenswaardige hulp van de overheid. Bewoners zijn daardoor grotendeels op zichzelf aangewezen bij de reddingswerkzaamheden.
In de havenstad La Guaira, een van de zwaarst getroffen gebieden, zag de BBC hoe mensen met koevoeten, hamers en pikhouwelen probeerden familieleden en buren onder het puin vandaan te halen. Tienduizenden mensen worden nog steeds vermist.
Maandagochtend vroeg werden de toch al gespannen gemoederen verder op de proef gesteld door een naschok van magnitude 4,6, die zowel La Guaira als de hoofdstad Caracas opnieuw deed schudden. Er werd geen nieuwe schade gemeld.
Het dodental als gevolg van de twee aardbevingen van afgelopen woensdag is inmiddels opgelopen tot meer dan 1.700. Waarnemend president Delcy Rodríguez noemde de ramp de zwaarste natuurramp in de geschiedenis van Venezuela. De bevingen hadden een kracht van respectievelijk 7,2 en 7,5 op de schaal van Richter en sloegen binnen 39 seconden toe in de noordelijke deelstaat La Guaira, waarbij bijna 800 gebouwen instortten.
Internationale hulp is op gang gekomen, maar de hoop op het vinden van overlevenden neemt snel af. In de nacht van zondag op maandag werd een 21-jarige man levend uit het puin gehaald, nadat hij meer dan honderd uur had vastgezeten.
In het nabijgelegen Catia La Mar zijn de reddingswerkzaamheden eveneens voornamelijk in handen van lokale vrijwilligers en internationale teams. De woede over het uitblijven van overheidssteun groeit met de dag. Hoewel de BBC politie en militairen op straat zag in de zwaarst getroffen wijken, waren zij niet actief betrokken bij de graafwerkzaamheden.
Ruben Rojas, een 32-jarige elektricien die al dagenlang met slechts handschoenen en een bouwhelm in het puin graaft, vertelde: ‘De mensen van de civiele bescherming willen wel helpen, maar ze hebben het materieel niet. De overheid stelt dat niet beschikbaar. Ze staan er net zo voor als wij, ze werken met hun blote handen.’
In La Guaira zelf was de inzet van zwaar graafmaterieel minimaal en onregelmatig. Bewoners werkten dagenlang aan één enkel gebouw, terwijl de zware machines pas arriveerden toen het te laat was.
Carolyn Zerpa, 39 jaar oud, zocht met haar handen naar haar vader en broer onder het puin. ‘Met alleen een pikhouweel kun je niet veel uitrichten,’ zei ze. Haar hoop op het vinden van overlevenden heeft plaatsgemaakt voor de wens om de stoffelijke resten van haar familie te vinden en hen een waardige begrafenis te geven.
Zuly Marín, al vijftien jaar inwoner van La Guaira, begrijpt dat zo’n ramp moeilijk te voorspellen is, maar vindt dat de hulpverlening veel te traag op gang is gekomen, mede door de slechte economische situatie in Venezuela. ‘Ik verloor mijn nichtje en mijn zwager. Als de reddingswerkers en het materieel eerder waren gekomen, hadden veel mensen gered kunnen worden,’ aldus Marín.






