Het WK begint steeds duidelijker vorm te krijgen, en dat geldt ook voor het Braziliaanse elftal. Onder leiding van coach Carlo Ancelotti lijkt de ploeg zijn beste opstelling gevonden te hebben. Met elke wedstrijd in de groepsfase groeide het vertrouwen en het momentum. Dat is ook hard nodig, want in de volgende ronde wacht Japan als stevige tegenstander.
Een van de opvallendste ontdekkingen van dit toernooi is de rol van Matheus Cunha. De aanvaller is uitgegroeid tot een cruciale schakel in het spel van Brazilië, al is dat niet vanzelfsprekend. Het Braziliaanse publiek verwacht van oudsher een klassieke spits voorin, maar Cunha past niet in dat traditionele plaatje.
Hij wordt wel omschreven als een ‘negen-en-een-half’: iemand die zowel als pure spits kan fungeren als als aanvallende middenvelder die het spel verbindt. Hij is dus geen Ronaldo, Adriano of Romário, de grote spitsen uit de afgelopen decennia, maar ook geen klassieke spelmaker. Toch heeft hij al drie doelpunten gemaakt op dit toernooi, wat aantoont dat hij wél gevaarlijk is voor de goal.
Wat Cunha zo waardevol maakt, is zijn bewegingsvrijheid. Door diep terug te zakken, creëert hij twijfel bij de verdediger die hem bewaakt. Volgt die verdediger hem, dan ontstaat er ruimte voor aanvallers als Vinícius Jr. en Rayan. Laat de verdediger hem lopen, dan heeft Cunha de vrijheid om tussen de linies te opereren, ballen te ontvangen en gevaarlijke passes te geven of zelf te schieten.
Zijn speelstijl doet denken aan die van Roberto Firmino, de bekende Braziliaan die jarenlang uitblonk bij Liverpool. Net als Firmino is Cunha voortdurend in beweging en moeilijk te bewaken voor tegenstanders.
Daarnaast levert hij ook een defensieve bijdrage. Hij is vaak de eerste die druk zet op de tegenstander en speelt soms bijna als een extra middenvelder voor de verdediging. Dit geeft het team een betere balans.
Het is opmerkelijk dat Brazilië dit WK inging zonder een vaste eerste keuze als spits. Zelfs na de openingswedstrijd tegen Schotland was nog niet duidelijk wie de basispositie zou krijgen. Ancelotti experimenteerde met meerdere spelers, waaronder Igor Thiago, Endrick, João Pedro, Richarlison en Cunha zelf.
Soms helpen blessures een trainer bij het nemen van beslissingen. Door omstandigheden gedwongen kan een combinatie ontstaan die verrassend goed werkt. Dat lijkt ook hier het geval te zijn. Cunha heeft zijn kans gegrepen en lijkt nu de onbetwiste eerste keuze voorin voor Brazilië op dit WK.






