In de Democratische Republiek Congo is het aantal bevestigde ebola-besmettingen opgelopen tot minimaal 282. Dat maakte de Congolese overheid bekend op zondag. Tegelijkertijd deelden enkele overlevenden van de ziekte hun persoonlijke ervaringen met persbureau AP.
Het merendeel van de gevallen, namelijk 264, is geconcentreerd in de oostelijke provincie Ituri. In totaal zijn er inmiddels meer dan duizend verdachte gevallen gemeld. Het gaat hierbij om de Bundibugyo-variant van het ebolavirus, waarvoor tot op heden geen goedgekeurde behandeling of vaccin beschikbaar is.
Volgens het Congolese ministerie van Volksgezondheid zijn er meerdere grote uitdagingen bij het indammen van de uitbraak. Zo blijft vroege opsporing van besmette personen moeilijk, net als het snel isoleren van patiënten, het nauwkeurig in kaart brengen van contacten en het waarborgen van veilige begrafenissen. Daarnaast moet de infectiepreventie in zorginstellingen worden versterkt. Tot nu toe is slechts 45 procent van de contacten getraceerd en lopen er nog 220 verdachte gevallen onder onderzoek.
Op zondag opende WHO-directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus een nieuw ebolabehandelingscentrum in Bunia, de hoofdstad van de provincie Ituri. Tijdens deze gelegenheid ontvingen vijf herstelde patiënten officieel hun herstelbewijs.
Eén van hen is Baraka Bulambulu, een verpleegkundige, die zichtbaar opgelucht reageerde nadat zijn laatste twee ebolatests negatief waren uitgevallen. ‘De eerste test was positief, maar de tweede en derde kwamen negatief terug,’ vertelde hij lachend. ‘Levend uit deze ziekte komen is een vreugde die je niet in woorden kunt uitdrukken.’
Een andere herstelde verpleegkundige, Ezo Étienne, beschreef hoe zijn ziekte begon tijdens zijn ronde op de ziekenhuisafdeling. Hij voelde zich plotseling duizelig en merkte dat zijn bloeddruk gevaarlijk laag was. Kort daarna begon hij te braken. ‘Zo begon het,’ zei hij. ‘Ik riep meteen het team erbij en zei dat er iets niet klopte.’
De Wereldgezondheidsorganisatie bevestigt dat alle vijf overlevenden zorgmedewerkers zijn: vier verpleegkundigen en een laboratoriummedewerker. Deze groep wordt het zwaarst getroffen door de uitbraak, vermoedelijk vanwege het directe contact met besmette patiënten.
De situatie in Congo blijft zorgwekkend. Internationale gezondheidsorganisaties volgen de ontwikkelingen op de voet en proberen de lokale autoriteiten te ondersteunen bij het bestrijden van de uitbraak. Het ontbreken van een effectief vaccin of bewezen behandelmethode maakt de aanpak extra uitdagend.





