ORANJESTAD — MEP-parlementariër Xiomara Maduro heeft in een communiqué uitspraken van FUTURO-parlementariër Muzanine Wever over de Rijkswet HOFA tegengesproken. De reactie volgt op de openbare vergadering in het parlement over de rijkswet, waarbij volgens Maduro op meerdere punten een onjuist beeld is geschetst.
Maduro stelt dat Nederland, eerst met de RAFT en nu met HOFA, een rijkswet als voorwaarde heeft gesteld voor het terugbetalen van de pandemieleningen. Daarmee weerspreekt zij de stelling dat MEP zelf voor een rijkswet zou hebben gekozen.
Ook verwerpt zij de bewering dat MEP het onderhandelingsteam zonder resultaat zou hebben laten opereren. Volgens Maduro heeft het regeringsteam wel onderhandeld, maar lag het nemen van besluiten uiteindelijk bij de ministers van de coalitie AVP-FUTURO.
Ten aanzien van de LAFT stelt Maduro dat Nederland al sinds 2015 aandringt op een rijkswet, maar destijds genoegen nam met een lokale regeling. Tijdens de pandemie zou Den Haag opnieuw hebben geëist dat een rijkswet in de plaats kwam van een landsverordening.
Verder ontkent Maduro dat MEP, indien de partij de verkiezingen had gewonnen, de Rijkswet HOFA zonder meer zou hebben ondertekend. Volgens haar zou MEP hebben ingezet op financieel toezicht dat de autonomie van Aruba niet verder aantast.
Over de zogenoemde exitbepaling zegt Maduro dat uittreding uit de Rijkswet HOFA aan twintig voorwaarden is gekoppeld. Volgens haar zal het jaren duren voordat Aruba aan al die punten kan voldoen.
Maduro plaatst daarnaast vraagtekens bij de voordelen die FUTURO aan de rijkswet toeschrijft. Zij stelt dat HOFA de financiële ruimte van Aruba beperkt, omdat overschotten volgens haar in de eerste plaats moeten worden aangewend om Nederland terug te betalen en extra leningen aan te gaan. Daardoor zou er minder geld overblijven om de bevolking te ondersteunen.
Volgens de MEP-fractie is het van belang dat het publiek correct wordt geïnformeerd over de inhoud en gevolgen van de Rijkswet HOFA. Daarom acht Maduro het noodzakelijk om uitspraken die volgens haar feitelijk onjuist zijn, publiekelijk te weerleggen.




