Een nieuwe studie naar de academische gemeenschap van Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius wijst op een omvangrijke en veelzijdige groep onderzoekers en kennisprofessionals, zowel op de eilanden als in de diaspora.
Het gaat om het project Mapping Caribbean Researchers, uitgevoerd door de lokale onderzoekers Renske Pin en Steffen van Heijningen met financiële steun van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Volgens de onderzoekers laat de studie zien dat de Caribische regio binnen het Koninkrijk beschikt over een groot reservoir aan academische kennis en expertise.
Bijna 400 onderzoekers namen deel aan een online enquête. De inhoud van de vragenlijst werd volgens de opstellers mede bepaald in focusgroepsessies met meer dan 70 lokale academici en kennisprofessionals. Daarbij werden de belangrijkste thema’s vastgesteld die van belang zijn om de Caribische onderzoeksgemeenschap zichtbaarder te maken en te versterken.
Uit de resultaten blijkt dat het gaat om een hoogopgeleide en diverse groep. Van de respondenten heeft 38 procent een doctorstitel, 13 procent volgt momenteel een promotietraject en 22 procent geeft aan daarmee te willen starten. De gemeenschap bestaat niet alleen uit universitair verbonden onderzoekers, maar ook uit onafhankelijke wetenschappers, gastonderzoekers en leden van de Caribische diaspora die actief betrokken blijven bij de eilanden.
Het onderzoek schetst daarnaast een gemeenschap die zich kenmerkt door geografische mobiliteit, meertaligheid en culturele diversiteit. Veel onderzoekers werken over eilandgrenzen en landsgrenzen heen en onderhouden nauwe banden met zowel Nederland als de Caribische regio. Hun werk bestrijkt uiteenlopende vakgebieden, waaronder sociale ontwikkeling, cultuur, onderwijs, gezondheid, bestuur en milieu.
Tegelijkertijd signaleert de studie verschillende structurele knelpunten. Genoemd worden onder meer beperkte toegang tot financiering, data en institutionele ondersteuning, onzekere arbeids- en inkomenssituaties, hoge reis- en logistieke kosten en belemmeringen bij het opbouwen van duurzame samenwerkingen. Volgens de onderzoekers heeft slechts de helft van de respondenten een pensioenregeling.
Pin en Van Heijningen pleiten daarom voor een Caribisch onderzoekersportaal: een digitaal platform dat onderzoekers en hun werk beter zichtbaar en toegankelijk moet maken, samenwerking moet bevorderen en het Caribische kennisnetwerk moet versterken.
Volgens de initiatiefnemers is versterking van lokale en regionale kennisinfrastructuren van belang voor een inclusieve en duurzame toekomst. Zij wijzen er tevens op dat meer kennis over en vanuit de eilanden kan bijdragen aan beter beleid binnen het Koninkrijk.
De resultaten van het onderzoek worden gepresenteerd tijdens een online bijeenkomst op maandag 17 november om 08.00 uur Caribische tijd, oftewel 13.00 uur Nederlandse tijd. De presentatie is in handen van Renske Pin en Steffen van Heijningen. Aanmelden kan via een online registratieformulier.
Een samenvatting en de resultaten van het onderzoek zijn beschikbaar via: www.tinyurl.com/ReportMappingCaribResearchers.




