ORANJESTAD — Een van de toespraken die volgens MEP veel aandacht trok tijdens de parlementaire behandeling van de Rijkswet HOFA, was die van AVP-parlementariër Mike de Meza. In een door de MEP-fractie verspreid persbericht wordt gesteld dat De Meza zich duidelijk heeft uitgesproken tegen de voorgestelde Rijkswet en vraagtekens heeft geplaatst bij de koers van zijn eigen partij.
Volgens het persbericht blikte De Meza terug op de historische strijd voor zelfbestuur van Aruba, die in 1986 uitmondde in de Status Aparte. Hij zou in het parlement hebben verklaard dat de wet die nu voorligt neerkomt op een wijziging van de autonomie van Aruba. Voor hem is dat, zo stelde hij, onaanvaardbaar zonder uitdrukkelijk mandaat van het volk.
De AVP-parlementariër pleitte daarom voor een referendum. Volgens De Meza zou met aanvaarding van de wet bevoegdheid worden overgedragen aan de Rijksministerraad, terwijl Aruba daarin zelf geen doorslaggevende stem heeft. Juist omdat het om een fundamenteel recht van het Arubaanse volk gaat, moet de bevolking zich daar volgens hem eerst over kunnen uitspreken.
Daarnaast zou De Meza zijn eigen partij hebben bevraagd op het feit dat AVP eerder campagne voerde tegen de Rijkswet, maar nu alsnog steun zou geven aan het voorstel zonder eerst het volk te raadplegen. In het MEP-bericht wordt verder benadrukt dat zowel MEP als AVP samen ongeveer 85 procent van de kiezers vertegenwoordigen en zich eerder tegen de Rijkswet hadden uitgesproken.
MEP stelt daarom de vraag op basis van welk mandaat AVP en Futuro nu voor de wet zouden kiezen. Volgens de oppositie gaat dat in tegen het eerdere signaal van de kiezer. In het persbericht wordt tot slot opgemerkt dat AVP-leider Mike Eman de vergaderzaal zou hebben verlaten op het moment dat De Meza het woord voerde.




