ORANJESTAD — MEP-parlementariër Endy Croes stelt dat professor Elzinga in een schriftelijk advies heeft bevestigd dat het bestuursakkoord uit 2024 niet juridisch bindend is. Volgens Croes betekent dit dat Aruba niet automatisch vastzit aan de afgesproken route richting de consensusrijkswet HOFA.
In een communiqué schrijft Croes dat de vergadering van 29 oktober duidelijk moet maken welke parlementariërs vóór de Rijkswet HOFA zullen stemmen. Hij stelt dat het onderwerp inmiddels breed maatschappelijk en politiek ter discussie staat.
Croes verwijst daarbij naar eerdere kritische adviezen van staatsrechtgeleerden over voorstellen als COHO en RAFT. Volgens hem had de MEP-fractie in 2020 al juridisch advies ingewonnen over deze trajecten. Hij benadrukt dat de Raad van State zich destijds eveneens kritisch heeft uitgelaten over die wetsvoorstellen.
Met betrekking tot de huidige discussie over HOFA zegt Croes dat MEP opnieuw extern juridisch advies heeft gevraagd, ditmaal aan professor Elzinga, deskundige op het gebied van staatsrecht en Koninkrijksrelaties. Volgens Croes luidt de conclusie dat de Rijkswet HOFA in de huidige vorm niet gunstig is voor Aruba.
Hij citeert uit het advies dat het bestuursakkoord van 2024 weliswaar de intentie bevat om de route van een consensusrijkswet te volgen, maar dat die intentie geen sluitende juridische binding oplevert. Op basis daarvan stelt Croes dat het akkoord Aruba juridisch niet vastlegt.
Volgens Croes waarschuwt Elzinga bovendien dat Aruba met aanvaarding van de Rijkswet HOFA een risico neemt met vooralsnog onvoorspelbare gevolgen. De MEP’er vindt daarom dat de regering het proces moet heroverwegen en opnieuw moet onderhandelen over een voor Aruba gunstiger regeling.
De uitspraken van Croes maken deel uit van de oplopende politieke discussie rond de financiële afspraken tussen Aruba en Nederland en de vraag in hoeverre die de autonomie van het land raken.




