ORANJESTAD – De fractie van MEP heeft de afgelopen periode meerdere gesprekken gevoerd met commerciële en syndicale organisaties over de Rijkswet. Volgens fractieleider Evelyn Wever-Croes is het voor de partij van groot belang dat maatschappelijke organisaties goed begrijpen wat de wet inhoudt en welke gevolgen die kan hebben voor Aruba.
Volgens Wever-Croes zijn in de gesprekken met ondernemersorganisaties ATIA, de Kamer van Koophandel, CUA en de San Nicolas Business Association ook kanttekeningen geplaatst bij de manier waarop het huidige kabinet tot een akkoord met Nederland is gekomen. Zij stelt dat de regering van AVP/Futuro de organisaties niet heeft geraadpleegd en hen vooraf ook niet heeft geïnformeerd.
Tijdens de bijeenkomst gaf Wever-Croes een toelichting op de onderhandelingen met Nederland. Zij verklaarde dat in 2024 een bestuurlijk akkoord werd ondertekend waarin het kader voor verdere onderhandelingen werd vastgelegd. Volgens haar duurden die onderhandelingen in totaal veertien maanden. MEP voerde daarvan de eerste negen maanden en zou daarbij vooruitgang hebben geboekt. Drie volgens haar cruciale punten bleven echter openstaan toen de partij op 28 maart uit de regering stapte. Ook zou kort daarvoor nog een IMF-rapport zijn afgerond.
Wever-Croes stelt dat de nieuwe regering vervolgens gedurende vijf maanden de onderhandelingen heeft voortgezet en deze maand heeft afgerond. Over het bereikte resultaat is zij kritisch. Zij noemt met name drie punten die volgens haar nadelig uitpakken voor Aruba.
Als eerste noemt zij de zogeheten exitbepaling. Volgens de MEP-leider was met Nederland afgesproken dat er een duidelijke en haalbare route zou komen om uit de Rijkswet te treden. In het wetsvoorstel dat de regering heeft gepresenteerd, is volgens haar echter een lijst van twintig voorwaarden opgenomen waaraan eerst moet zijn voldaan. Bovendien zou het uiteindelijk nog steeds aan de Rijksministerraad zijn om te beslissen of Aruba daadwerkelijk kan uitstappen.
Het tweede punt betreft de financiële normen. Wever-Croes verwijst naar aanbevelingen van het IMF, dat volgens haar juist heeft geadviseerd om financiële normen niet te zwaar in de wet te verankeren en sommige normen zelfs te schrappen. In de nu voorliggende regeling ziet zij juist een uitbreiding van het aantal voorwaarden.
Het derde kritiekpunt gaat over de rente en de schuldenlast. Volgens Wever-Croes biedt het huidige voorstel alleen dekking voor de covid-schuld, terwijl voor de nationale schuld van vóór de pandemie nog afzonderlijk onderhandeld zou moeten worden.
Op basis hiervan concludeert de MEP-fractie dat de regering volgens haar geen goed onderhandelingsresultaat heeft bereikt en dat Aruba hierdoor wordt benadeeld. Wever-Croes stelt dat zij een dergelijk akkoord niet zou hebben aanvaard en liever verder had onderhandeld voor een gunstiger resultaat. Daarbij wijst zij ook op de politieke situatie in Nederland, waar volgens haar sprake is van een demissionaire context. In haar visie had Aruba die situatie kunnen benutten om meer intern overleg te voeren en samen met Curaçao en Sint Maarten sterker het overleg in te gaan.
De fractieleider zegt de deelnemende organisaties dankbaar te zijn voor hun bereidheid om van gedachten te wisselen over het onderwerp. Volgens haar zullen de gesprekken met maatschappelijke en economische gremia worden voortgezet.




