ORANJESTAD — MEP-parlementariër Edgard Vrolijk heeft in een schriftelijke reactie fel uitgehaald naar parlementariër Jennifer Arends-Reyes (AVP) en het kabinet AVP-Futuro in het debat over de voorgestelde rijkswet voor financieel toezicht op Aruba.
Volgens Vrolijk is de voorgestelde rijkswet geen noodzakelijke stap, maar een voortzetting en verzwaring van toezicht dat volgens hem al bestaat. Hij stelt dat Aruba in 2025 financieel in een wezenlijk andere positie verkeert dan in 2014, toen Nederland via een Koninklijk Besluit ingreep wegens financieel wanbeheer.
Vrolijk wijst er in zijn verklaring op dat Arends-Reyes volgens hem deel uitmaakte van de parlementaire periode 2013-2017, waarin begrotingen met grote tekorten werden goedgekeurd. Hij stelt dat in die jaren sprake was van oplopende tekorten van honderden miljoenen florin, forse overschrijdingen op ministeriële begrotingen en een snel stijgende staatsschuld. Volgens hem vormde die situatie destijds de aanleiding voor ingrijpen op basis van artikel 43, tweede lid, van het Statuut.
Ook verwijst hij naar de invoering van de Landsverordening Aruba financieel toezicht (LAft) in 2015, waarmee volgens hem al een externe toezichtsstructuur werd vastgelegd. Vrolijk benadrukt dat Nederland toen niet koos voor een rijkswet, en vraagt zich af waarom die stap nu wel noodzakelijk zou zijn.
Volgens de MEP-parlementariër laat de huidige financiële situatie van Aruba een ander beeld zien. Hij stelt dat de schuldpositie is teruggebracht tot ongeveer 70 procent van het bruto binnenlands product, dat jaarrekeningen zijn ingehaald, dat internationale instanties een gunstiger oordeel geven en dat sprake is van een structureel overschot van meer dan 500 miljoen florin.
Op basis daarvan concludeert Vrolijk dat er geen objectieve grond bestaat om het financieel toezicht verder over te dragen aan het Koninkrijk. Hij waarschuwt dat Aruba met een rijkswet het risico loopt dat beslissingen over de eigen financiën in handen komen van het Koninkrijksbestuur en het Nederlandse parlement, op grote afstand van de Arubaanse samenleving.
In zijn verklaring staat ook het begrip autonomie centraal. Vrolijk verwerpt volgens eigen zeggen de suggestie dat autonomie een bron van onzekerheid zou zijn. Hij noemt autonomie juist een verworvenheid van Aruba sinds Status Aparte en een noodzakelijke voorwaarde om zelfstandig keuzes te maken over investeringen, bijvoorbeeld in een nieuwe gevangenis of school.
De verklaring van Vrolijk is een reactie op uitlatingen van Arends-Reyes over de rijkswet en past in het bredere politieke debat over de toekomst van het financieel toezicht op Aruba.




