ORANJESTAD — De MEP-fractie stelt dat het kabinet-Wever-Croes bij het verlaten van de regering de nodige voorwaarden heeft achtergelaten zodat een volgend kabinet kon doorgaan met investeringen in het onderwijs.
In een verklaring wijst de partij erop dat het schooljaar 2024-2025 bijna is afgerond en dat de vorige regering tot drie maanden geleden verantwoordelijk was voor de onderwijsportefeuille. Volgens MEP kan daarbij worden teruggekeken op een grotendeels succesvol schooljaar.
De fractie stelt verder dat tijdens de regeerperiode van het kabinet-Wever-Croes financiële ruimte is gecreëerd, waarbij een begrotingsoverschot van 500 miljoen florin zou zijn achtergelaten. Een deel daarvan zou kunnen worden ingezet voor investeringen in het onderwijs.
Daarnaast noemt MEP onder meer de verhoging van het normbedrag, overleg over de onderwijssector en voorbereidende werkzaamheden voor de herstructurering van de salarissen van leerkrachten. Samen met vakbond SIMAR zouden volgens de partij drie scenario’s zijn uitgewerkt, die door een nieuwe regering verder kunnen worden afgerond.
Ook meldt de fractie dat de plannen voor de bouw van een nieuwe middelbare school in Paradera al waren voorbereid.
Volgens MEP zijn sinds het vertrek van het kabinet, drie maanden geleden, verschillende processen tot stilstand gekomen. De partij spreekt van een bestuurlijke stilstand op Aruba en schrijft dit toe aan het ontbreken van een volledige regering en van leiderschap.
De MEP-fractie zegt te hopen dat er op korte termijn weer beweging komt. De partij benadrukt zich vanuit het parlement te zullen blijven inzetten voor een Aruba dat aantrekkelijk is om te wonen voor kinderen, jongeren, leraren en docenten.




