ORANJESTAD — Parlementariër Evelyn Wever-Croes (MEP) heeft stevige kritiek geuit op de regering-AVP/Futuro vanwege het uitblijven van antwoorden op vragen vanuit de oppositie. In een verklaring stelt zij dat ministers die weigeren vragen te beantwoorden, hun eigen regering meer schaden dan welke oppositiepartij ook.
Volgens Wever-Croes heeft de MEP-fractie sinds februari 2025 meer dan 770 vragen aan de regering gesteld. Daarvan zouden er slechts 73 zijn beantwoord. Zij noemt dat een schending van de Grondwet, onder verwijzing naar artikel III.17, en van het Reglement van Orde van het parlement, in het bijzonder artikel 59.
De MEP-politica wijst er daarnaast op dat de opstelling van de regering volgens haar in strijd is met de afspraken die AVP en Futuro in het regeerakkoord hebben vastgelegd. Ook verwijst zij naar campagnebeloften van Futuro, waarin zou zijn toegezegd dat alle vragen binnen twee weken zouden worden beantwoord.
Aanleiding voor haar reactie is een recente openbare verklaring van de minister van Financiën. Die zou hebben gesteld dat de oppositie het bestuur belemmert door te veel vragen te stellen. Wever-Croes noemt die uitspraak zorgwekkend, omdat zij volgens haar laat zien dat het recht om vragen te stellen en controle uit te oefenen niet wordt erkend als wezenlijk onderdeel van de parlementaire democratie.
“Politieke controle is geen lastpost, maar een grondwettelijke verplichting”, aldus Wever-Croes. Volgens haar is niet de oppositie verantwoordelijk voor bestuurlijke problemen, maar de regering zelf, door gebrek aan transparantie, uitblijvende antwoorden en het niet nakomen van eigen beloften.
In haar verklaring spreekt Wever-Croes van een opeenstapeling van crises en schandalen binnen het kabinet. Zij stelt dat de regering probeert de democratische taak van de oppositie als hinderlijk af te schilderen, terwijl volgens haar juist het ontbreken van openheid het echte obstakel vormt voor goed bestuur.
De MEP-parlementariër doet daarom een dringende oproep aan de minister-president van Aruba en de overige ministers om de controlerende taak van het parlement serieus te nemen en antwoorden te geven op gestelde vragen. Volgens Wever-Croes is dat een plicht tegenover de Arubaanse bevolking.




