De minister van Justitie heeft vandaag verklaard dat er op dit moment geen juridische mogelijkheid bestaat om elektrische steps (e-steps) een vergunning te verlenen voor gebruik op openbare wegen in Aruba. Volgens de minister ontbreekt een wettelijke grondslag binnen het huidige verkeers- en vervoersrecht om deze voertuigen toe te laten in de publieke ruimte.
Uit de toelichting blijkt dat het probleem primair ligt bij de kwalificatie van e-steps als gemotoriseerde voertuigen. Binnen de bestaande wetgeving vallen dergelijke voertuigen onder categorieën waarvoor specifieke regelgeving, toelatingseisen en handhavingskaders gelden. Voor e-steps zijn deze kaders echter niet ontwikkeld, waardoor toelating juridisch niet mogelijk is.
De minister wees daarbij expliciet op de rol van de transportautoriteiten. Volgens hem beschikken deze instanties momenteel niet over de bevoegdheid of instrumenten om e-steps te reguleren voor gebruik op openbare wegen of andere publieke plaatsen. Zonder aangepaste wetgeving kunnen er dan ook geen vergunningen worden afgegeven.
Daarnaast kondigde de minister aan dat de politie actief zal handhaven. Personen die met een e-step op de openbare weg worden aangetroffen, riskeren volgens hem een boete. Tevens kan het voertuig in beslag worden genomen. De minister benadrukte dat deze maatregelen voortvloeien uit de huidige wettelijke situatie, waarin gebruik op de openbare weg niet is toegestaan.
Wel werd verduidelijkt dat het gebruik van e-steps op privéterrein niet onder dit verbod valt. Binnen private eigendommen kunnen deze voertuigen in principe worden gebruikt, aangezien daar geen sprake is van publieke verkeersruimte en de bestaande verkeerswetgeving niet direct van toepassing is.
Juridische context
De kern van de problematiek ligt in het ontbreken van een expliciete wettelijke categorie voor lichte elektrische voertuigen. In veel jurisdicties worden e-steps afzonderlijk gereguleerd, met specifieke eisen rond snelheid, verzekering, leeftijd en infrastructuurgebruik. In Aruba ontbreekt een dergelijke regeling, waardoor automatisch wordt teruggevallen op bestaande definities van gemotoriseerd verkeer.
In bredere zin raakt deze discussie ook aan de positionering van andere niet-gemotoriseerde en licht-gemotoriseerde vervoermiddelen, zoals fietsen. Binnen de huidige regelgeving geldt dat het gebruik van voertuigen op de openbare weg afhankelijk is van expliciete toelating binnen de landsverordeningen. Voor fietsen bestaat wel een feitelijke aanwezigheid in het verkeer, maar de mate waarin specifieke wegen of verkeerszones daarvoor zijn ingericht of toegestaan, is niet in alle gevallen duidelijk uitgewerkt.
Zonder aanpassing van de relevante landsverordeningen, waaronder verkeers- en transportwetgeving, blijft de juridische positie van zowel e-steps als andere lichte vervoermiddelen afhankelijk van bestaande, niet specifiek op deze categorieën toegesneden regels.
Breder beleidsvraagstuk
De uitspraak van de minister raakt aan een bredere discussie over mobiliteit en regulering. De opkomst van micromobiliteit, waaronder e-steps, creëert spanningen tussen innovatie, verkeersveiligheid en juridische kaders.
In de praktijk zijn e-steps reeds zichtbaar in het straatbeeld, vaak aangeboden door commerciële partijen. Het ontbreken van regelgeving betekent echter dat zowel gebruikers als aanbieders zich in een juridisch grijs gebied bevinden, met mogelijke handhavingsrisico’s.
De aangekondigde handhaving door politieautoriteiten onderstreept dat de overheid kiest voor een restrictieve benadering zolang wetgeving ontbreekt. Dit kan gevolgen hebben voor gebruikers en commerciële aanbieders die reeds actief zijn op de markt.
De minister gaf geen concrete termijn voor eventuele wetswijzigingen, maar benadrukte dat zolang de wet niet wordt aangepast, gebruik van e-steps op openbare wegen niet toegestaan blijft.




