ORANJESTAD — De MEP-fractie heeft in het kader van de Werelddag voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk negentien schriftelijke vragen ingediend bij minister van Arbeid Wendrick Cicilia. De vragen gaan over arbeidsveiligheid, gezondheid op de werkvloer, sociale veiligheid en bescherming van werknemers tegen grensoverschrijdend gedrag.
Volgens de fractie is een veilige werkomgeving geen luxe, maar een basisrecht van iedere werknemer. MEP wil daarom duidelijkheid over de controle op naleving van bestaande regels, de rol van de arbeidsinspectie en de bescherming van werknemers tegen misbruik, intimidatie en andere vormen van onacceptabel gedrag op het werk.
De vragen richten zich onder meer op de strategische visie van de minister, de meetbare doelstellingen voor deze regeerperiode en de concrete beleidsmaatregelen die sinds zijn aantreden zijn uitgevoerd. Ook wil de fractie weten hoeveel arbeidsinspecties het afgelopen jaar zijn verricht, of de inspectiedienst voldoende capaciteit heeft en hoeveel werkgevers zijn bestraft voor overtredingen op het gebied van arbeidsveiligheid.
Daarnaast vraagt MEP aandacht voor grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer, waaronder intimidatie, pesterijen en seksuele intimidatie. De fractie wil weten welke wet- en regelgeving werknemers hiertegen momenteel beschermt, hoeveel meldingen de afgelopen jaren zijn geregistreerd en wat met die meldingen is gedaan.
Ook vraagt MEP of de minister bereid is strengere verplichtingen op te leggen aan werkgevers, zoals verplichte vertrouwenspersonen en meldprocedures. Verder wil de fractie weten hoe werknemers die misstanden melden worden beschermd tegen represailles en of de huidige klokkenluidersbescherming toereikend is.
Bijzondere aandacht gaat uit naar kwetsbare groepen, zoals laagbetaalde werknemers en migrantenarbeiders. MEP vraagt welke extra maatregelen worden genomen om deze groepen te beschermen en welke wetswijzigingen of beleidsvernieuwingen op korte termijn te verwachten zijn.
De schriftelijke vragen zijn op 29 april 2026 via de voorzitter van de Staten van Aruba ingediend op grond van artikel III.17 van de Staatsregeling en artikel 59 van het Reglement van Orde van de Staten. De fractie heeft verzocht de antwoorden uiterlijk 20 mei 2026 schriftelijk te ontvangen.
MEP stelt dat transparantie en verantwoording noodzakelijk zijn om daadwerkelijke verbeteringen op de werkvloer te bereiken. De fractie zegt de kwestie nauwlettend te blijven volgen en sluit verdere stappen niet uit als de beantwoording onvoldoende blijkt of concrete actie uitblijft.




