ORANJESTAD — De MEP-fractie in de Staten stelt dat geen enkel lid van de Raad van Commissarissen van Aruba Wastewater Sustainable Solutions N.V. (AWSS) een betaling heeft geëist. Volgens de partij moet minister Arthur Dowers zich houden aan de geldende wet- en regelgeving en worden volgens MEP in de publieke discussie onjuiste voorstellingen van zaken gegeven over de positie van de commissarissen.
Fractieleider Evelyn Wever-Croes heeft op 17 juli 2025 een brief gestuurd aan Statenvoorzitter A.M. Sneek met het verzoek om zeven schriftelijke vragen door te geleiden naar de minister van Financiën. De vragen zijn gebaseerd op artikel III.17 van de Staatsregeling en artikel 59 van het Reglement van Orde van de Staten. De MEP wil de antwoorden binnen twee weken ontvangen.
In de toelichting bij de vragen verwijst de fractie naar internationale richtlijnen, waaronder de OECD Guidelines on Corporate Governance of State-Owned Enterprises (2024). Volgens MEP schrijven deze standaarden voor dat toezichthouders en bestuurders van staatsbedrijven alleen op basis van aantoonbare en objectieve gronden kunnen worden ontslagen, en niet om politieke redenen.
De partij wijst erop dat in de overeenkomsten van opdracht van de AWSS-commissarissen expliciete boete- en schadevergoedingsclausules zijn opgenomen. Volgens MEP dienen deze bepalingen als contractuele bescherming tegen onrechtmatig of politiek gemotiveerd ontslag. De fractie noemt zulke afspraken juridisch verdedigbaar, proportioneel en in overeenstemming met internationaal aanvaarde normen van goed bestuur.
Met de vragen wil MEP van de minister onder meer weten of hij erkent dat dergelijke contractuele bepalingen passen binnen internationale governance-standaarden, of de overeengekomen boetes niet buitensporig zijn, en of deze afspraken bijdragen aan de onafhankelijkheid van commissarissen en het beperken van politieke druk.
Ook vraagt de fractie hoe de regering tegenover vergelijkbare contractuele bescherming bij andere overheidsentiteiten staat, en of AWSS volgens de minister kan gelden als voorbeeld van transparant, integer en onafhankelijk bestuur binnen de semipublieke sector.
In een politieke reactie stelt MEP verder dat er in het verleden op Aruba voorbeelden zijn geweest van politieke inmenging bij overheidsbedrijven. De partij verwijst daarbij naar eerdere forensische onderzoeken bij onder meer Refineria di Aruba (RdA) en Utilities Aruba, waarbij volgens haar het belang van de bedrijven ondergeschikt zou zijn gemaakt aan politieke belangen. Als voorbeelden noemt MEP onder meer het hedging-dossier en mislukte projecten waarvan de kosten uiteindelijk op de gemeenschap zouden zijn afgewenteld via de tarieven voor water en elektriciteit.
De minister heeft op het schrijven en de inhoud van de vragen vooralsnog niet publiekelijk gereageerd.




